Onze kantoorpraktijk, vereisten aan exploten

Exploten

Exploten

Gerechtsdeurwaarders doen exploten. Deze taak is ook voorbehouden aan de gerechtsdeurwaarder. De inhoud van de exploten vloeien uit de wet voort. Zowel het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering als de Gerechtsdeurwaarderswet stellen eisen aan deze exploten.

Wanneer een gerechtsdeurwaarder exploten doet, laat hij een afschrift van het exploot bij de beslagene en houdt hij het origineel voor zijn opdrachtgever.

Artikel 15 van de Gerechtsdeurwaarderswet

Artikel 15 van de Gerechtsdeurwaarderswet stelt de volgende vereisten aan exploten:

  1. Exploten moeten duidelijk zijn;
  2. Exploten moeten in onafgebroken samenhang zijn;
  3. Het gebruik van niet gangbare afkortingen is niet toegestaan;
  4. Exploten moeten in overeenstemming zijn met de wettelijke voorschriften;
  5. De datering van exploten moet in letters zijn;
  6. Exploten moeten ondertekend zijn door de gerechtsdeurwaarder;
  7. De kosten van de exploten moeten onderaan de exploten worden vermeld.

De laatste jaren is er een discussie op gang gekomen omtrent de duidelijkheid van exploten. Door de formaliteiten die de wetgever stelt aan exploten is het voor een leek moeilijk te begrijpen. Echter, indien exploten op een andere wijze worden opgesteld neemt de gerechtsdeurwaarder een risico dat de rechtbank oordeelt dat de exploten niet voldoen aan de formaliteiten. De discussie over de begrijpelijkheid van de exploten zal voortduren.

Artikel 45 Rechtsvordering

In dit artikel is bepaald dat de gerechtsdeurwaarder bevoegd is om exploten te doen en aan welke vereisten exploten moeten voldoen. Lid 3 vermeldt de volgende vereisten:

  1. De datum van betekening;
  2. De voornamen, achternaam en woonplaats van de eiser (indien het een natuurlijk persoon betreft);
  3. De voornamen, achternaam en kantooradres van de deurwaarder;
  4. De naam en woonplaats van de persoon waarvoor het exploot is bestemd;
  5. De naam en hoedanigheid van degene aan wie het exploot is gelaten.

In de exploten wordt de eiser vaak aangeduid als verzoeker, rekwestrant of gewoon eiser en de persoon waarvoor de exploten zijn bestemd vaak als verweerder, gerekwestreerde of geïnsinueerde. De benamingen die hiervoor zijn genoemd zijn juridisch juist.

Indien de persoon waarvoor het exploot is bestemd een rechtspersoon is, dient de statutaire naam te worden vermeld in het exploot.

Praktisch gezien wordt zoveel mogelijk informatie van degene voor wie het exploot is bestemd, in het exploot vermeld.

Indien bijvoorbeeld enkel in het exploot staat vermeld dat het Smit uit Amsterdam betreft en het exploot wordt gelaten aan het adres van Smit, waar meerdere personen wonen die Smit heten, is het niet duidelijk voor wie het exploot is bestemd en daardoor kan ook niet de hoedanigheid worden aangegeven van degene aan wie het exploot gelaten is.

Armaere Gerechtsdeurwaarders

Armaere Gerechtsdeurwaarders is een landelijk werkend gerechtsdeurwaarderskantoor dat zich specifiek richt op de ambtelijke praktijk. Armaere werkt voor advocaten en incassobureaus door het hele land. Dagvaardingen en beslagen worden door Armaere in heel Nederland uitgebracht c.q. gelegd.

Vacature Kandidaat-gerechtsdeurwaarder

                         Armaere

Deze vacature is vervuld!

Toegevoegd gerechtsdeurwaarder voor ons kantoor te Apeldoorn

Armaere Gerechtsdeurwaarders is een jong, snelgroeiend, dynamisch kantoor met ervaren medewerkers. Armaere Gerechtsdeurwaarders is specialist in  incasso en executie.

Voor onze organisatie zijn wij op zoek naar een (parttime) toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Een collega met kennis, inzet en enthousiasme.

Wie zoeken wij?

Je hebt een afgeronde opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder en bent in het bezit van een rijbewijs. Je bent resultaat- en oplossingsgericht, commercieel ingesteld en in staat complexere zaken te behandelen. Kennis en ervaring met eurodossier/ credit navigator is een pré.

Werkzaamheden

Als toegevoegd gerechtsdeurwaarder bij Armaere Gerechtsdeurwaarders krijg je te maken met alle facetten van het gerechtsdeurwaardervak. Je houdt je onder meer bezig met het betekenen van exploten, uitvoeren van beslag-, bewijs- en executieopdrachten en ontruimingen.

Wat mag je verwachten?

Het betreft een parttime functie voor twee dagen in de week (16 uur), welke dagen in overleg kunnen worden uitgevoerd. Bij gebleken geschiktheid kan dit worden uitgebreid. Je kunt rekenen op een zelfstandige en dynamische baan en goede samenwerking met collega’s. Wij bieden een marktconform salaris.

Solliciteren

Mail je CV en motivatiebrief naar Johnny Backers, e-mailadres j.backers@armaere.nl

 

Jurisprudentie update: prejudiciële vragen WIK

Deurwaarder Apeldoorn

Prejudiciële vragen WIK

De kantonrechter in Almere overweegt een aantal prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad die betrekking hebben op de aanvangstermijn van de in art. 6:96 lid  6 BW genoemde termijn van veertien dagen. De vragen worden gesteld naar aanleiding van een door de schuldeiser ingestelde vordering tegen de gedaagde partij om rente en buitengerechtelijke incassokosten aan de schuldeiser te voldoen.

De casus

Eiser heeft gedaagde in gebreke gesteld en gesommeerd om de onderhavige factuur te voldoen. In de brieven van eiser is vermeld wat de gevolgen zijn van het niet op tijd betalen van de factuur.

Gedaagde heeft de factuur niet binnen de gestelde termijn voldaan, waardoor eiser aanspraak maakt op de buitengerechtelijke incassokosten en de rente.

Volgens gedaagde is de factuur te laat betaald omdat haar broer, die normaliter de betalingen voor haar verricht, met vakantie was en het gedaagde zelf, ondanks een poging daartoe, niet is gelukt de betaling te verrichten.

Uiteraard slaagt dit verweer niet. Immers, het enkel versturen van de juiste ingebrekestelling is voldoende voor het in rekening brengen van de buitengerechtelijke incassokosten. De Hoge Raad bepaalde dit in een eerder arrest (HR 13 juni 2014, ECLI:NL:2015:1405).

De vraag die thans openstaat is of de verzonden brief aan de vereisten zoals gesteld in art. 6:96 lid 6 BW voldoet.

Gedaagde stelt dat de dagtekening, zoals vermeldt in de brief twee dagen verder ligt dan de dag dat de brief feitelijk wordt aangemaakt. Hierdoor ontvangt de gedaagde de brief uiterlijk op dezelfde dag als de dagtekening van de brief.

In deze casus had de brief de dagtekening 11 september 2015. De veertiendagentermijn ving aan op 12 september 2015, waardoor de gedaagde tot en met 25 september 2015 de tijd had om de vordering zonder kosten te voldoen. Echter, in de brief van eiser staat vermeld dat gedaagde uiterlijk voor 25 september 2015 de vordering diende te voldoen.

De kantonrechter vraagt zich af hoe art. 6:696 lid 6 BW uitgelegd moet worden, mede gezien het bepaalde in art. 3:37 lid 3 BW en hoe de afweging moet zijn van enerzijds doel en strekking van de wetswijziging van 2012 tot normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte en anderzijds de beoogde bescherming van de consument.

Vragen aan de Hoge Raad

De kantonrechter overweegt de volgende vragen aan de Hoge Raad te stellen:

  1. Vangt de termijn van veertien dagen aan de dag na de ontvangst door de schuldenaar van de veertiendagenbrief?
  2. Indien voormelde vraag bevestigend beantwoord wordt, kan bij de beoordeling over de toewijsbaarheid van de buitengerechtelijke incassokosten er dan vanuit worden gegaan dat een per gewone post verzonden veertiendagenbrief één dag na de dagtekening bezorgd wordt? Ook als we weten dat er in de regel geen brievenpost op zondag bezorgd wordt en bijvoorbeeld Post.nl ook op maandag geen briefpost bij particulieren bezorgt? Als hier niet vanuit kan worden gegaan, met welke omstandigheden moet dan rekening worden gehouden en wat betekent dit dan voor de hierna nog te noemen stel- en bewijsplicht?
  3. Voldoet een brief aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW indien daarin melding is gemaakt van een betaaltermijn van veertien dagen en het toepasselijke incassobedrag volgens het Besluit is genoemd, maar geen of een onjuiste termijn van aanvang of einde van die veertiendagentermijn is genoemd? Hoe strikt moet de rechter dit toetsen?
  4. Wat is het rechtsgevolg als in een veertiendagenbrief geen of onjuiste formulering van aanvang en/of einde van der veertiendagentermijn is vermeld? Maakt het in dat geval nog iets uit of de termijn een enkele dag te laat is en/of de schuldenaar heeft laten weten toch niet te kunnen betalen? Kan een onjuiste termijn gerepareerd worden geacht indien de schuldenaar (na enkele weken) nog een periode van tien dagen heeft gekregen en daarna (opnieuw enkele weken nadien) nog een laatste periode van zeven dagen heeft gekregen om de vordering te betalen, zonder dat incassokosten verschuldigd worden?
  5. Moet de schuldeiser stellen en bewijzen wanneer de termijn van veertien dagen is aangevangen en geëindigd, of moet de schuldenaar stellen en bewijzen dat hij binnen veertien dagen na ontvangst van de veertiendagenbrief heeft betaald?
  6. Maakt het voor de beantwoording van deze vragen verschil of het een verstekzaak of een zaak op tegenspraak betreft? Maakt het bij een zaak op tegenspraak nog uit of er wel of geen verweer is gevoerd ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten?

Vervolg

Alvorens voornoemde vragen aan de Hoge Raad worden voorgelegd, krijgen de partijen in kwestie eerst de gelegenheid zich uit te laten over deze prejudiciële vragen.

 

Onze kantoorpraktijk (deel 4), het executiegeschil

Armaere

Het executiegeschil

Wij halen voor onze opdrachtgevers het onderste uit de kan. Door het creatief leggen van beslagen incasseren wij vorderingen die anderen niet incasseren.

 Zo waren we ook voor één van onze opdrachtgevers een vordering aan het incasseren, waarbij we meerdere beslagen hadden gelegd. Uiteraard met inachtneming van de juiste beslagvrije voet. Het gevolg was dat deze debiteur zich op het standpunt stelde dat hij niet meer aan zijn andere financiële verplichtingen kon voldoen en dat dit voor hem reden was om middels een advocaat een executiegeschil op te werpen bij de voorzieningenrechter.

Alhoewel het opgeworpen executiegeschil juridisch gezien geen stand zou houden brengt het wel extra kosten voor onze opdrachtgever mee, aangezien ook hij een advocaat moet inschakelen om zich te verweren. De debiteur trachtte door het innemen van dit standpunt onze opdrachtgever tot het treffen van een betalingsregeling te bewegen. Onze opdrachtgever was echter standvastig en ging hiermee niet akkoord en het executiegeschil zal binnenkort dan ook dienen.

De grondslag voor een executiegeschil

In eerste aanleg worden vonnissen in de meeste gevallen uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waarna de executie door de deurwaarder wordt opgestart. Doordat reeds in een bodemprocedure een vordering is toegewezen is de ruimte om vervolgens de executie te schorsen beperkt. De grondslag voor het schorsen van de executie kan is enkel misbruik van recht.

In het arrest Ritzen-Hoekstra heeft de Hoge Raad beslist dat er sprake is van misbruik van recht, indien de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid.

In voornoemd arrest worden twee voorbeelden expliciet genoemd, namelijk:

  1. Indien het vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.
  2. Als de executie op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan.

Bevoegde rechter

Executiegeschillen worden voorgelegd aan de voorzieningenrechter. Gezien het feit dat er vaak sprake is van een spoedeisend belang ten gevolge van een gelegde beslag , is de gang naar de voorzieningenrechter in veel gevallen de snelste weg om een uitspraak te verkrijgen. Deze rechter is uiteraard bevoegd om de zaak te beoordelen.

In zaken waarin het executiegeschil over een door een kantonrechter gewezen vonnis gaat, is ook de kantonrechter bevoegd om als voorzieningenrechter op te treden. In de meer recentere jurisprudentie achten steeds meer kantonrechters zich bevoegd om te oordelen over voornoemde executiegeschillen. Hierdoor hoeft in dergelijke zaken geen advocaat te worden ingeschakeld.

Over Armaere Gerechtsdeurwaarders

Armaere is een gerechtsdeurwaarderskantoor gespecialiseerd in burgerlijk proces-, beslag- en executierecht. Ons kantoor heeft een landelijk netwerk en is gevestigd in Apeldoorn

Interview Armaere Gerechtsdeurwaarders, dé deurwaarder in Apeldoorn

Deurwaarder Apeldoorn

‘Incasseren is een kunst’


Aan de rand van Apeldoorn staat vlakbij de ringweg een modern bedrijfsverzamelgebouw, van alle gemakken voorzien. Sinds 1 januari 2016 is dit de thuisbasis voor Armaere, Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders. De vier partners kozen de naam Armaere – wat zoveel betekent als ‘bewapend’ – om het strijdlustige karakter van hun nieuwe onderneming aan te duiden.

De partners zijn Arjen Lambers, Johnny Backers, Roy Elburg en Bram Ferwerda. De vier zijn gezegend met een geduchte kennis en kunde op het gebied van credit management, zowel aan de kant van de wereld van gerechtsdeurwaarders- en incassokantoren als in de bancaire sector en de juridische praktijk. “Samen hebben we ruim vijftig jaar ervaring in die wereld opgebouwd”, zegt Johnny Backers, “samen delen we dezelfde passie voor ons vak.”

Eigen onderneming

Een jaar eerder kwamen de vier, die elkaar via bevriende kantoren hadden leren kennen, voor het eerst bijeen om de mogelijkheid van een eigen onderneming te verkennen. “Daar zijn we snel uitgekomen”, vertelt Arjen Lambers, “want we hadden dezelfde ideeën. De ontwikkelingen op ons vakgebied bieden volop kansen. Enerzijds is duidelijk dat de incassowereld en de gerechtsdeurwaarderij steeds meer naar elkaar toegroeien, anderzijds zie je de centralisatietendens van de grotere kantoren en de toenemende ruimte voor kleinere, gespecialiseerde organisaties die zich met name onderscheiden door juridische slagkracht . Denk aan complexere zaken, lastige executies, gedetailleerde procesvoering.”

De gedeelde passie voor het vak leidde tot het ontwikkelen van een eigen visie op wat de partners van Armaere de ‘kunst van het incasseren’ noemen. “Geen kunstje”, aldus Johnny Backers, “maar een kunst, als optelsom van onze kennis, kunde, ervaring, bezieling en de bereidheid om maatwerk te leveren. Je kunt het ook anders zeggen: terug naar de basis van ons vak. Niet uit nostalgische overwegingen, want ons kantoor is in een frisse jas gestoken, staat midden in deze tijd en maakt intensief gebruik van moderne middelen zoals social media. Maar omdat we op die manier het beste resultaat voor onze klanten behalen én het meeste plezier in ons werk hebben.”

Mooie mijlpalen

Na de oprichting is het met Armaere vlot gegaan. Arjen Lambers: “Al snel hebben we gemerkt dat onze aanpak aanslaat. Het straalt ook wel wat uit als vier mensen zoals wij samen de sprong in het diepe maken. We hebben natuurlijk een groot netwerk, dat helpt. Maar toch zijn er al snel klanten uit onverwachte hoek gekomen. Het waren dan ook mooie mijlpalen toen we de contracten met onze eerste grote opdrachtgevers sloten: een vooraanstaand vastgoedbedrijf hier uit de omgeving en de zakelijke debiteurenportefeuille van een landelijk opererend nutsbedrijf.”

Armaere doet veel juridisch handwerk voor onder meer incassobureaus, andere gerechtsdeurwaarders en advocatenkantoren. “Dankzij onze stevige juridische achtergrond”, zegt Johnny Backers, “kunnen we in de executiefase veel betekenen. Zeker voor complexere zaken. Voor ons is niet de portefeuille, maar het dossier het belangrijkst. We leven ons sterk in de opdracht in. Enerzijds in de wensen van de klant, anderzijds in de persoon van de schuldenaar. Dat vraagt soms om diepgaand onderzoek, bijvoorbeeld om erachter te komen of er nog elders vermogen is gestald. Altijd met de vraag: “wat kan een debiteur wel en wat kan hij niet betalen?”. En altijd zijn we bereid om linksom te gaan als rechtsom niet lukt. Zoals gezegd: incasseren is een kunst.”

Goede voorbereiding

Het succes van Armaere is mede het resultaat van een goede voorbereiding, meent Arjen Lambers. “We hadden duidelijk voor ogen wat we wilden. Alles was van tevoren goed geregeld, met een uitgewerkt ondernemingsplan, een stevige visie, een financieel gezonde basis, een commercieel vooruitstrevend plan, een frisse website en de beste oplossing voor onze automatisering.”

Armaere koos voor de ASP-oplossing Credit Navigator van EuroSystems zodat de partners vanaf elke werkplek met een internetverbinding kunnen inloggen op het beveiligde datacentrum van EuroSystems. Investeringen in hardware zijn daardoor niet nodig – een vast bedrag per gebruiker per maand volstaat. “Dat is natuurlijk een verstandig besluit voor een startend bedrijf”, licht Johnny Backers toe. “De keuze voor Credit Navigator als softwarepakket was overigens snel gemaakt omdat we alle vier in eerdere functies ermee ruim ervaring hadden opgedaan. We wisten dus precies wat we aan het systeem hadden. Ook de implementatie was snel geregeld. Het mooie was ook dat we met een schone lei konden beginnen. Bij de start van onze onderneming was het systeem nog geheel leeg, maar wel al volledig ingericht volgens onze wensen. Daar hebben we goed over nagedacht – bijvoorbeeld over een consequente naamgeving van de documenten – zodat met de inrichting een hele stabiele basis is ontstaan, met een logische opbouw.”

Incasseren en informeren

Op die manier is de informatiehuishouding bij Armaere goed geregeld. “Het belang ervan moet je niet onderschatten”, aldus Arjen Lambers. “Incasseren staat natuurlijk voorop, maar informeren is bijna net zo belangrijk. Klanten waarderen het als je hen proactief op de hoogte houdt, ook als zaken goed lopen. Net zoals klanten het prettig vinden dat je alert reageert. Wij hebben het voordeel dat we met z’n vieren zijn gestart. Zo hebben we meer slagkracht, kunnen we de toevloed van opdrachten sneller aan en kunnen we ook sneller executeren. Daar houden klanten van.”

Onze kantoorpraktijk (deel 3), debiteur staat ingeschreven op adres, maar is er niet woonachtig. Hoe de dagvaarding te betekenen?

advocaten

advocaten

Wel ingeschreven, niet woonachtig

Van een advocaat uit de provincie Gelderland kregen wij de opdracht om een dagvaarding te betekenen in Dordrecht. Nadat het exploot was opgesteld is de deurwaarder de dagvaarding de volgende dag gaan betekenen.

Aangekomen bij het adres, waar de debiteur staat ingeschreven belt de deurwaarder aan en er wordt opengedaan door de nieuwe huurder. De nieuwe huurder geeft aan dat de debiteur er sinds een week niet meer woonachtig is.

Wij hebben de debiteur opgebeld om een afspraak te maken om de dagvaarding in persoon te betekenen. Helaas is deze debiteur zijn afspraak tot twee keer toe niet nagekomen.

Hoe moet de dagvaarding nu worden betekend?

Betekenen van de dagvaarding in persoon of woonplaats (natuurlijk persoon)

De deurwaarder dient de dagvaarding te betekenen in persoon of op het adres waar de debiteur zijn woonplaats heeft.

Feitelijk komt het erop neer dat de deurwaarder de Basisregistratie Personen bevraagd om te achterhalen waar de debiteur staat ingeschreven en aldaar de dagvaarding hoopt te kunnen betekenen aan de debiteur zelf of een huisgenoot.

Indien de dagvaarding aan zijn huisgenoot wordt betekend geldt als vereiste dat het aannemelijk moet zijn dat deze huisgenoot er zorg voor draagt dat het exploot de debiteur tijdig bereikt.

In geval dat zowel de debiteur als een eventuele huisgenoot op het moment dat de deurwaarder langsgaat niet aanwezig is kan de deurwaarder het afschrift van het exploot, middels een gesloten envelop achterlaten.

Er zijn ook situaties denkbaar waarbij de gesloten envelop niet achtergelaten kan worden, bijvoorbeeld indien de brievenbus vol is of is afgesloten. Dan is er de mogelijkheid om het afschrift van het exploot per post te verzenden naar het adres van de debiteur.

Betekenen van de dagvaarding aan de advocaat van de debiteur

In onderhavige casus had de debiteur aan ons kenbaar gemaakt dat hij een advocaat in de armen had genomen. Derhalve was er voor ons de mogelijkheid om de dagvaarding aan zijn advocaat te betekenen.

Helaas wilde de debiteur niet kenbaar maken wie zijn advocaat was.

Betekenen van de dagvaarding in het openbaar

Indien de dagvaarding op geen van de voornoemde wijzen kan worden betekend, dient de dagvaarding openbaar te worden betekend.

De deurwaarder betekent de dagvaarding aan het Openbaar Ministerie en vervolgens maakt de deurwaarder middels een advertentie in de (digitale) Staatscourant de betekening openbaar.

Tot 1 juli 2015 was het vereist om, indien de dagvaarding openbaar werd betekend, een advertentie te plaatsen in een regionale krant. De kosten voor het plaatsen van de openbare betekening zijn veel lager dan de kosten om te adverteren in een landelijk of regionaal dagblad. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om de gerechtelijke procedure alsnog door te zetten.

Hoe hebben wij de dagvaarding betekend?

Onze deurwaarder heeft de dagvaarding openbaar betekend.

Nadat de debiteur twee maal zijn afspraak niet was nagekomen om de deurwaarder te ontmoeten en de dagvaarding in persoon te betekenen heeft hij, in overleg met de desbetreffende advocaat uit Gelderland, besloten om de dagvaarding aan het Openbaar Ministerie te betekenen.

Betekenen van de dagvaarding op het adres waar de debiteur staat ingeschreven was geen mogelijkheid. Zowel de nieuwe huurder als de debiteur hebben aangegeven dat de debiteur feitelijk niet woonachtig is op het desbetreffende adres.

Indien de deurwaarder de dagvaarding op het adres waar de debiteur staat ingeschreven wordt betekend, met de wetenschap dat dit feitelijk niet zijn woonplaats is, is de dagvaarding niet rechtsgeldig betekend en derhalve nietig.

Het gevolg hiervan zou zijn dat de dagvaarding opnieuw betekend dient te worden, met alle kosten van dien. Bovendien zou de gerechtelijke procedure daardoor onnodig worden vertraagd.

www.armaere.nl

Onze kantoorpraktijk (deel 2): De exhibitievordering in Deventer

advocaten

Onze kantoorpraktijk (deel 2)

De exhibitievordering in Deventer

Deze week kregen we de opdracht van een collega-deurwaarder om een dagvaarding te betekenen in Deventer, waarin inzage wordt gevorderd van bepaalde bescheiden, de zogenoemde exhibitievordering.

Een interessante kwestie, waarbij de eisende partij bepaalde bewijsstukken nodig heeft om te beoordelen of zij al dan niet een vordering tegen de wederpartij zal indienen.

In dit deel gaan we in de op de exhibitievordering ex art. 843a Rv.

De exhibitievordering

In zaken ter zake Intellectueel eigendom, kwekersrecht en projectontwikkeling komt het met enige regelmaat voor dat één van de partijen wil bewijzen dat er een inbreuk op haar recht is gemaakt, terwijl de bewijsstukken hiervan in bezit zijn van de wederpartij. Voor IE-zaken zijn de artikelen 1019 Rv e.v. van toepassing en deze worden in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Wanneer de wederpartij de bewijsstukken niet vrijwillig ter beschikking stelt kan de partij die daarbij een rechtmatig belang heeft,  inzage verlangen in de relevante bewijsstukken.

Bij deze bewijsstukken moet worden gedacht aan administraties, e-mails en brieven, modelleringen en formules.

Vereisten

Art. 843a Rv stelt een aantal vereisten aan de vordering om inzage te verkrijgen in bewijsstukken.

  1. Er moet sprake zijn van een rechtmatig belang.Of er al dan niet sprake is van een rechtmatig belang wordt beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden. Het hof te Den Haag heeft in 2013[1] in haar arrest de volgende maatstaf gehanteerd:“bij zodanig verschafte concrete feiten en omstandigheden dat daaruit een gerechtvaardigd vermoeden van (dreigende) inbreuk kan worden afgeleid” 

2.  De kosten voor de inzage komen voor rekening van de eisende partij.

  1. De bewijsstukken waartoe inzage wordt gevorderd dienen betrekking te hebben op een rechtsbetrekking waarin de wederpartij of haar rechtsvoorganger partij in zijn.

De bewijsstukken

Sinds de wetsherziening in 2002 is het inzagerecht uitgebreid van onderhandse akten naar “bepaalde bescheiden”.

Het gaat hier om zowel fysieke als digitale stukken, zoals notulen van bestuursvergaderingen en computerbestanden.

De bewijsstukken dienen in de vordering voldoende te worden bepaald. Bijvoorbeeld een vordering tot inzage in de volledige bedrijfsadministraties is onvoldoende bepaald.

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Ter zake exhibitievorderingen kunnen wij als deurwaarder conservatoire bewijsbeslagen leggen en dagvaardingen betekenen.

Indien na de exhibitievordering een gerechtelijke procedure wordt gewonnen waaruit een geldelijke vordering voortvloeit, kunnen onze incassospecialisten en gerechtsdeurwaarders deze voor u incasseren.

 

 

[1] Hof Den Haag 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:3941

Jurisprudentie update (opheffen conservatoir beslag)

Deurwaarder Apeldoorn

Opheffen conservatoir beslag ECLI:NL:RBOVE:2016:179 (Rechtbank Overijssel, locatie Almelo)

 

Essentie

Kortgedingprocedure waarin de bank de kredietrelatie met de sportschoolketen en haar eigenaar heeft opgezegd en conservatoir beslag heeft gelegd om haar vordering veilig te stellen.

De sportschoolketen en de eigenaar zijn het niet met deze opzegging eens en stellen dat de gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig en buitenproportioneel zijn.

De voorzieningenrechter te Almelo gaat hier niet in mee en wijst de vorderingen van de sportschoolketen en de eigenaar af.

Inleiding

de bank heeft in totaal drie zakelijke financieringen met verschillende looptijden (van rekeningcourant tot 25 jaar durende financiering) verstrekt aan een kleine sportschoolketen in Overijssel en een achttal zakelijke financieringen aan de eigenaar van voornoemde keten in privé.

Als zekerheid voor deze financieringen is een recht van hypotheek gevestigd op meerdere onroerende zaken, de voorraden, de inventaris. Tevens zijn alle vorderingen en de huurpenningen verpand.

In mei 2014 zijn partijen een reductieregeling overeengekomen, waardoor de rekeningcourantfaciliteit wordt afgebouwd.

Per 1 januari 2015 expireren twee zakelijke financieringen van de eigenaar. de Bank heeft de eigenaar hiervan eind oktober op de hoogte gesteld.

Partijen zijn in gesprek gegaan ter zake de herfinanciering van zowel de financieringen van de sportschoolketen als de financieringen van de eigenaar in privé.

Partijen zijn er niet uitgekomen, waarna de bank de rekeningcourantfaciliteiten heeft opgezegd van de sportschoolketen en van de eigenaar in privé en hen heeft gesommeerd de uitstaande kredieten uiterlijk 20 februari 2015 te voldoen.

de sportschoolketen en de eigenaar hebben bij brief d.d. 19 februari 2015 de opzegging door de bank betwist.

Na het verstrijken van de termijn in de sommatie heeft de bank de resterende financieringen van de sportschoolketen en de eigenaar opgezegd en gesommeerd deze uiterlijk op 9 maart 2015 te voldoen.

Aan deze sommatie is niet voldaan, waarna de bank het pandrecht ter zake de huurpenningen van de één van de onroerende zaken ingeroepen.

Begin oktober 2015 heeft de bank conservatoir beslag laten leggen ten laste van de eigenaar op de bankrekeningen bij een zestal banken.

Begin november 2015 heeft de bank conservatoir beslag laten leggen ten laste van de sportschoolketen op de bankrekeningen bij een zevental banken.

Geschil

De sportschoolketen en de eigenaar vorderen dat:

  1. de conservatoire beslagen worden opgeheven;
  2. het de bank wordt verboden om nieuwe beslagen te leggen;
  3. het inroepen van het pandrecht ter zake de huurpenningen ongedaan wordt gemaakt.

de sportschoolketen en de eigenaar zijn van mening dat de opzegging van de kredietfaciliteiten buitenproportioneel en onrechtmatig zijn. de bank stelde volgens hen onredelijke voorwaarden en volgens de sportschoolketen en de eigenaar sprake was van een overstand op de rekeningcourantfaciliteit.

De bank stelt dat conform de reductieovereenkomst de rekening courantfaciliteit is afgebouwd en dat de sportschoolketen en de eigenaar een overstand hadden doordat er niet aan de overeengekomen limiet op de rekening courantfaciliteit werd voldaan. Hierdoor is er sprake van een opzeggingsgrond, waardoor de bank het recht had om de kredietrelatie op te zeggen.

Ter zake het opheffen van de gelegde conservatoire beslagen en het inroepen van het pandrecht door de bank zijn de sportschoolketen en de eigenaar van mening dat de beslagen onnodig zijn, omdat zij voldoende verhaal bieden. Om haar standpunt te onderbouwen hebben de sportschoolketen en de eigenaar taxatierapporten overgelegd, waaruit dit zou blijken.

De bank betwist de inhoud van de overgelegde taxatierapporten van de onroerende zaken, aangezien het doel van het opmaken van de taxatierapporten herfinanciering en niet executie was. Daarnaast betwist zij het taxatierapport ter zake de fitnessapparatuur aangezien in dit rapport uit wordt gegaan van de vervangingswaarde in plaats van de executiewaarde.

De rechter oordeelt

Het kortgeding leent zich niet voor de beoordeling van het al dan niet onrechtmatig opzeggen van de kredietrelatie door de bank. Hiervoor zal een bodemprocedure aanhangig moeten worden gemaakt.

De conservatoire beslagen hoeven niet opgeheven te worden en het inroepen van het pandrecht hoeft niet ongedaan te worden gemaakt.

Er is volgens de voorzieningenrechter niet summierlijk gebleken dat de vordering van De Bank ondeugdelijk is.

Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat de sportschoolketen en de eigenaar niet aannemelijk hebben gemaakt dat er voldoende zekerheden zijn verstrekt om de vorderingen van de bank te voldoen, waardoor het leggen van conservatoire beslagen en het inroepen van het pandrecht onnodig zijn.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de sportschoolketen en de eigenaar af en veroordeelt hen in de proceskosten.

Onze kantoorpraktijk (deel 1), post uit Wenen – Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders

Deurwaarder Apeldoorn

Post uit Wenen, het Europese betalingsbevel

Afgelopen dinsdag zat er een brief in onze postbus, voorzien van andere postzegels dan gebruikelijk. Na de postzegels te hebben bestudeerd waren we eruit. Post uit Oostenrijk. Bij het openen van de envelop werd ons vermoeden werkelijkheid, het verzoek om een Europees betalingsbevel (EBB) te betekenen. Onderstaand een stukje theorie over het  EBB.

Het Europees betalingsbevel

Sinds 12 december 2008 is de Verordening (EG) nr 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (EBB-verordening) van toepassing.

Het doel van de EBB-verordening is om de invordering van grensoverschrijdende schulden, die niet worden betwist, te bespoedigen, te vereenvoudigen en de kosten te verminderen.

Deze verordening is van toepassing op burgerlijke- en handelszaken. Bestuursrechtelijke-, fiscale- en faillissementszaken vallen niet binnen deze verordening.

De procedure tot het verkrijgen van het Europese betalingsbevel verloopt als volgt:

  1. De schuldeiser vult een standaardformulier in, waarin hij moet aangeven wie de debiteur en schuldeiser zijn, waar voornoemde partijen zijn gevestigd , wat de grondslag van de vordering is en of er incassokosten en rente in rekening worden gebracht.
  2. Voornoemd formulier dient te worden ingediend bij het juiste gerecht. De bevoegdheid van de rechter wordt bepaald door de EEX-verordening. Indien de schuldenaar een consument is, is het gerecht van diens woonplaats bevoegd om kennis van de zaak te nemen.
  3. De schuldenaar wordt niet opgeroepen om op de zitting te verschijnen en de rechter oordeelt enkel op de informatie die door de schuldeiser aan de rechter is verstrekt, waardoor de rechtelijke toetsing marginaal is en het Europees betalingsbevel snel is verkregen.
  4. Indien het Europees betalingsbevel is verkregen dient deze te worden betekend aan de schuldenaar. In het bevel staat vermeld dat de schuldenaar de vordering binnen dertig dagen na betekening dient te voldoen of binnen voornoemde termijn verweer dient in te stellen.
  5. In de meeste gevallen wordt geen verweer ingesteld, waardoor het Europees betalingsbevel uitvoerbaar wordt verklaard. Hiermee is een executoriale titel verkregen en is de mogelijkheid ontstaan om de vordering onder dwang te incasseren.
  6. Het komt ook voor dat de schuldenaar het niet eens is met de vordering en zich binnen de gestelde termijn verweert. In deze gevallen wordt de procedure een reguliere procedure op tegenspraak in het land waar het Europees betalingsbevel is uitgevaardigd.

Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders is specialist op het gebied van incasso en  executie

 

Update derdenverklaring en derdenbeslag

Deurwaarder Apeldoorn

Derdenverklaring en derdenbeslag ECLI:NL:RBGEL:2015:8246

Essentie

Schuldeiser heeft ten laste van schuldenaar beslag gelegd onder zijn werkgever (derdenbeslag). Werkgever (V.O.F.) verklaart middels een derdenverklaring dat er wel sprake is van een rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer welke  tevens vennoot is, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De rechtbank oordeelt dat de privéonttrekkingen uit de V.O.F. aangemerkt moeten worden als vergoeding voor werkzaamheden en dat deze gelden onder het gelegde derdenbeslag vallen.

Inleiding

Eiser is enige tijd gehuwd geweest met haar huidige ex-partner. Na een bepaalde periode is het huwelijk ontbonden. De echtscheidingsbeschikking is op 20 september 2013 ingeschreven in de  registers van de burgerlijke stand. De rechtbank heeft bepaald dat de ex-partner € 1.000 per maand aan alimentatie aan eiser moet voldoen.

Eiser heeft hoger beroep ingesteld en het gerechtshof heeft, onder vernietiging van de beschikking van de rechtbank, bij beschikking bepaald dat de ex-partner € 2.859 per maand aan alimentatie aan eiser dient te voldoen. De ex-partner is niet tot betaling van de alimentatie overgegaan.

De ex-partner is (mede) eigenaar van een vennootschap onder firma, zijnde de gedaagde partij in onderhavige procedure en heeft hier vermoedelijk inkomen uit.

Hierom heeft eiser derdenbeslag laten leggen onder de werkgever. De werkgever heeft verklaard dat er wel sprake is van een rechtsverhouding  tussen de V.O.F. en de ex-partner, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De deurwaarder heeft, namens eiser, aan de werkgever gemeld dat eiser niet akkoord is met de afgelegde derdenverklaring en heeft om aanvulling daarvan verzocht.

Eiser heeft intussen in een separate procedure de rechtbank verzocht om de alimentatieverplichting op nihil te stellen. De rechtbank heeft hiermee ingestemd met terugwerkende kracht vanaf 15 december 2014. De vordering ter zake de alimentatieverplichting  voor de periode 20 september 2013 tot 15 december 2014 staat echter nog open.

Geschil

Eiser vordert van de werkgeverdat er een juiste gerechtelijke verklaring wordt afgelegd met betrekking tot het gelegde derdenbeslag;

De werkgever is echter van mening dat er wel een rechtsverhouding bestaat tussen de eiser en haar ex-partner, maar dat werkgever niet de verplichting heeft om maandelijks een bedrag aan de ex-partner te voldoen.

Eiser is van mening dat de maandelijkse privéontrekking van de ex-partner  uit werkgever  gezien moet worden als vergoeding voor werkzaamheden en derhalve vatbaar is voor derdenbeslag.

Ook is eiser van mening dat de werkgever € 3.500 per maand aan haar ex-partner verschuldigd is op grond van art. 479a Rv, daar genoemd bedrag een redelijk bedrag is voor de verrichte werkzaamheden.

De rechtbank oordeelt

De rechtbank oordeelt dat de privéontrekkingen van de ex-partners uit de werkgever moeten worden gezien als vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en dat de derdenverklaring dient te luiden dat werkgever tot 1 maart 2015 € 3.500 en na 1 maart 2015 € 2.500 aan de ex-partner is verschuldigd.

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de strekking van art. 475a Rv is dat het derdenbeslag zich uitstrekt over al hetgeen wat de werkgever aan de ex-partner verschuldigd is. Hieronder valt ook de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden.

nieuws