beslag op roerende zaken

Beslag op roerende zaken wordt minder vanzelfsprekend. Het bestaansminimum is opgenomen in het wetboek om veilig te stellen dat een schuldenaar bij wie beslag wordt gelegd, kan voorzien in zijn eerste levensbehoefte (slapen, kleding en eten). De norm van het bestaansminimum is met de jaren aanzienlijk veranderd. Waar mensen in 1838 het bestaan van een telefoon zich niet konden indenken, is een (mobiele) telefoon hedendaags niet meer weg te denken. Mede om die reden was het beslag- en executierecht hard toe aan modernisering. Sinds 1 oktober jl. is de vernieuwde wet ingegaan.

Niet-bovenmatig inboedelzaken

De wet bevat een verbod om roerende zaken in beslag te nemen wanneer voorzienbaar is dat de opbrengst die kan worden gerealiseerd met de verkoop van die zaken, minder bedraagt dan de kosten van het beslag.[1] Als de schuldenaar door het beslag niet onevenredig in zijn belangen wordt getroffen, geldt er een uitzondering op deze wet. Dit kan door de schuldeiser aannemelijk worden gemaakt. Waar voorheen bepaalde inboedelzaken van beslag uitgezonderd moesten blijven, geldt er nu een algeheel beslagverbod op niet-bovenmatige inboedelzaken van de door de schuldenaar bewoonde woning. Het gaat hier dus om het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van de woning dienende roerende zaken.[2] Het beslagverbod geldt enkel op de in de woonruimte aanwezige zaken. Zaken die zich bijvoorbeeld bevinden in een garage blijven vatbaar voor beslag. Tevens de werkbus van de zzp’er valt dus niet onder de beslagbescherming. In het volgende artikel komt beslaglegging op auto’s aan het bod. De Basisregistratie Personen (BRP) is leidend voor de deurwaarder als het aankomt op waar de schuldenaar woonachtig is.

Hetgeen wat aangemerkt wordt tot bovenmatige inboedelzaken is aan de deurwaarder.

Daarnaast zal naar verwachting toekomstige jurisprudentie ons voorzien van verheldering wat als bovenmatig dient te worden beschouwd.

 Beslagverboden

Het beslagverbod geldt ook voor zaken die de schuldenaar en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften.[3] Zo heeft de burger een computer (laptop) nodig om zich in de huidige samenleving te kunnen redden. Toch zijn de algemene dagelijkse levensbehoeften niet voor iedereen gelijk. Denk hierbij aan een rolstoel. Een schuldenaar die in een rolstoel zit, is hiervan afhankelijk en wordt de rolstoel gezien als een algemene dagelijkse behoefte. Een rolstoel die op zolder staat opgeslagen, wordt niet gezien als een algemene dagelijkse behoefte.

beslag op roerende zaken

 

Het is voor de deurwaarder van belang om te kunnen onderscheiden wat als bovenmatig kan worden beschouwd. De bovenmatigheid zal kunnen blijken uit de hoeveelheid zaken, dan wel uit de waarde van de zaken. De schuldenaar kan wel in de gelegenheid worden gesteld om de bovenmatige zaak te vervangen. Het gaat hierbij om een bovenmatige zaak die de schuldenaar niet kan missen. Het is dan aan de schuldenaar om de bovenmatige zaak te vervangen door een niet als bovenmatige zaak aan te merken vergelijkbare zaak.[4] Hierbij valt de denken aan een veel te dure fiets. De schuldenaar mag deze vervangen uit de executieopbrengst voor een goedkopere fiets.

Hoogstpersoonlijke aard en gezelschapsdieren

Tot slot geldt een beslagverbod voor zaken van hoogstpersoonlijke aard of gezelschapsdieren.[5]

Bij zaken van hoogstpersoonlijke aard kan gedacht worden aan een trouwring of fotoboeken. Bij gezelschapsdieren gaat het om dieren die in de woning verblijven, bestemd zijn om te houden voor gezelschap en waarmee de schuldenaar een grote emotionele band voelt. In het gros van de gevallen zal het gezelschapsdier een enkele hond of kat betreffen. Hierbij wordt (nog) geen maximum aangegeven. Als het in een casus gaat om een schuldenaar waarbij diegene twintig honden bezit, zal dit hoogstwaarschijnlijk worden aangemerkt als bovenmatig. Geldt dat dan ook voor het bezitten van vijf katten? Het is en blijft vooralsnog een grijs gebied. De deurwaarder zal per situatie van een schuldenaar beoordelen wanneer de gezelschapsdieren in een woning bovenmatig zijn.

Conclusie

De essentie van de nieuwe regeling is het behouden van het bestaansminimum van schuldenaren. Beslag op roerende zaken moet er niet toe leiden de schuldenaar geen middelen meer heeft om in zijn eerste levensbehoefte te voorzien. Hier speelt de deurwaarder een belangrijke rol. De deurwaarder draagt verantwoordelijkheid om het bestaansminimum van de schuldenaar te waarborgen.

[1] Art. 441 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

[2] Art. 3:5 Burgerlijk Wetboek.

[3] Art. 447 lid 1 onder sub d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

[4] Art. 447 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

[5] Art. 447 lid 1 onder sub f en g Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering.

Wilt u meer weten? Neem contact met ons op!

Dit artikel is geschreven door Samantha Plekker