Armaere Gerechtsdeurwaarders en Stalman Deurwaarders gaan verder onder de naam Armaere Gerechtsdeurwaarders. Voor beide bedrijven is deze fusie een stap die past bij de ambitie om te groeien en verder te professionaliseren. Met de fusie bundelen we de uitgebreide kennis en ervaring die in beide organisaties aanwezig is en zorgen we ervoor dat we al onze klanten nog beter, landelijk van dienst kunnen zijn. Steeds meer klanten zijn namelijk op zoek naar één deurwaarderskantoor die dienstverlening kan bieden in het hele land. Omdat zowel Armaere als Stalman werkt met een team van eigen deurwaarders kunnen wij door samen te werken deze landelijke dekking nog makkelijker bieden. Zonder dat we onze regionale bekendheid verliezen. Door de fusie zijn wij regionaal aanwezig in de Randstad, het zuiden en het oosten van het land. Hierdoor zitten wij dicht bij een groot deel van onze klanten.

 

Achter de schermen zijn wij hard aan het werk om deze fusie door te voeren in onze bedrijfsvoering. Na de zomer zullen ook veranderingen zichtbaar worden in onze externe communicatie. Deze veranderingen zult u stap voor stap overal gaan terugzien, bijvoorbeeld in de vorm van een nieuwe website. Zodra deze gereed is, zullen wij die vol trots aan u presenteren. Vanaf dat moment zullen we ook alleen nog maar communiceren als Armaere Gerechtsdeurwaarders.

 

Naast deze veranderingen in de communicatie, verandert er voor u zo min mogelijk. En als er iets verandert, zal dat vooral ten goede zijn. U profiteert zoals gezegd van onze landelijke dienstverlening, maar ook van nog meer specialistische kennis en ervaring die u ter beschikking staat. Het is ons doel het beste van beide deurwaarderskantoren samen te brengen.

 

We kunnen ons voorstellen dat er na dit bericht bij u vragen ontstaan. Die beantwoorden wij graag. Aarzel niet contact op te nemen met uw vaste contactpersoon.

 

Namens Armaere Gerechtsdeurwaarders:

Ivio Damming

Johnny Backers

Roy Elburg

Bram Ferwerda

 

Namens Stalman Deurwaarders:

Marcel Stalman

Anne Nijssen

vereffening

Het vermogen van de rechtspersoon, meer specifiek wordt er in dit artikel enkel ingegaan op de besloten vennootschap (hierna: BV), moet worden vereffend nadat de ontbinding is uitgesproken door de rechter of als de ontbinding op een andere wijze is ingetreden.

In veel gevallen benoemt de rechter de vereffenaars. Indien er sprake is van vrijwillige ontbinding staat het de bestuurders vrij om zelf op te treden als vereffenaar. Het is aan de vereffenaar(s) om de lopende zaken af te wikkelen, vorderingen te innen, schulden te betalen en voorraden te verkopen.[1]

 

Gedurende het afwikkelen van de lopende zaken blijft de ontbonden rechtspersoon voortbestaan. De rechtspersoon is in staat van liquidatie. Anders gezegd de vereffening van het vermogen. ‘In liquidatie’ dient achter de statutaire naam van de rechtspersoon in alle stukken en aankondigingen te worden toegevoegd.[2] Het vervolg van de vereffening hangt af van de vraag of er op het moment van ontbinding wel of geen baten zijn.

Voldoende baten

Tijdens de liquidatiefase worden alle schulden betaald, vorderingen geïncasseerd, voorraden verkocht en contracten beëindigd. Dit is enkel indien er sprake is van voldoende baten. Het vermogen wordt verdeeld onder de schuldeisers en alle schulden worden afgelost. Indien er na het uitkeren van de schuldeiser nog vermogen overblijft, keert de vereffenaar dit uit aan de aandeelhouders (tenzij de statuten anders bepalen. De vereffenaar stelt daartoe een rekening en verantwoording van de vereffening op, waaruit de omvang en samenstelling van het overschot blijkt. Als er meer dan één gerechtigde is voor het overschot, stelt de vereffenaar bovendien een plan van verdeling op. Alvorens het aanwezige kapitaal wordt uitgekeerd, dienen eerst de schulden te zijn voldaan en de liquidatieperiode te zijn verstreken.

vereffening

Onvoldoende baten

Het kan voorkomen dat er geen- of te weinig baten zijn om te vereffenen. Als de vereffenaars constateren dat de schulden van de ontbonden rechtspersoon waarschijnlijk groter zijn dan de baten, dan moeten zij aangifte tot faillietverklaring doen. In dat geval gelden dan de regels van het faillissement. De plicht tot faillissementsaanvraag vervalt indien alle (bekende) schuldeisers er mee instemmen dat de vereffening zonder faillissement verdergaat. Hierop volgt dan vaak een schuldeisersakkoord.

Ontbinding zonder vereffening (turboliquidatie)

De wet bepaalt in artikel 2:19 BW dat wanneer er op het tijdstip van ontbinding geen baten zijn, houdt de rechtspersoon per direct (dus zonder vereffening) op te bestaan. Dit voorkomt administratieve rompslomp. De zogeheten turboliquidatie is enkel mogelijk indien er geen baten en schulden of uitsluitend schulden heeft. De BV is dan feitelijk leeg en hoeft niet vereffend te worden.

 

Als er sprake is van benadeling door een turboliquidatie ten aanzien van de schuldeiser, dan is het onder voorwaarden mogelijk om alsnog het faillissement van de ontbonden rechtspersoon aan te vragen. Er moet door de schuldeiser gesteld worden dat de rechtspersoon nog baten heeft. De rechter kan vervolgens een ontbonden rechtspersoon failliet verklaren (indien voldaan aan de vereisten van een faillietverklaring).

 

Het wettelijke recht om bij schulden versneld te ontbinden (turboliquidatie), betekent niet dat het bestuur daarmee zonder meer aansprakelijkheid ontloopt. Het bestuur kan aangesproken worden op onrechtmatige gedragingen. Dit geschiedt ter voorkoming van fraude. Omgekeerd is een turboliquidatie niet per definitie onrechtmatig wanneer uitsluitend schulden aanwezig zijn.

Verzoek tot heropening van de vereffening

Echter, kan het gebeuren dat, nadat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan, nog een schuldeiser opkomt of dat van het bestaan van een bate blijkt. In dat geval kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen. Een verzoek zal worden toegewezen indien aannemelijk is dat er nog sprake van baten is. Het vervolg van de vereffening is dan hetzelfde als hierboven omschreven. Wederom geldt hier dat als blijkt dat er onvoldoende baten zijn om de schulden te voldoen, de vereffenaar alsnog het faillissement aan dient te vragen. Mits er geen schuldakkoord tot stand is gekomen.

 

Indien u vragen heeft over een lopende vordering bij Armaere ten aanzien van een ontbonden of ‘lege’ BV, neem dan gerust contact met ons op.

 

[1] Kvk, Ontbinding rechtspersonen, Maart 2021, Kvk.nl.

[2] Artikel 19 boek 2 Burgerlijk Wetboek (2:19 BW).

 

Dit artikel is geschreven door Samantha Plekker

vereffening

Dagelijks worden ondernemingen ontbonden. Een onderneming ontbinden is op zichzelf geen probleem. Het is wel een probleem als de onderneming nog schulden heeft en de schuldeiser(s) hun vordering(en) willen incasseren. Gelukkig zijn er in de praktijk meerdere mogelijkheden om een vordering op een opgeheven besloten vennootschap (hierna: BV) alsnog te verhalen. Bedrijfsbeëindiging door een debiteur betekent namelijk niet dat de vordering op deze partij automatisch komt te vervallen. Ditzelfde geldt voor een ‘lege’ BV. De term lege BV is niet helemaal juist. Een lege BV is een BV zonder economische activiteit oftewel geen baten en/of schulden.[1] Echter, wordt in de volksmond gesproken over een lege BV indien de vordering niet geïncasseerd kan worden.

 

Op het moment dat de vordering op een BV niet kan worden geïncasseerd en het executietraject geen doel heeft getroffen, wordt er in de deurwaarderij gesproken over een ‘lege’ BV. Ofwel een kansloze zaak. Helaas is dit vaak hetzelfde probleem bij een ontbonden BV, een kansloze zaak. In de meeste gevallen – als het executietraject geen resultaat biedt – zijn er geen baten en wordt de BV daarom ontbonden door de bestuurders. Tevens is de Kamer van Koophandel (KvK) verplicht een rechtspersoon die in het Handelsregister staat ingeschreven te ontbinden als er aan de vereisten daarvan is voldaan. Hierbij kan worden gedacht aan het niet tijdig openbaar maken van de jaarstukken.[2] Dit zijn de twee meest voorkomende manieren van ontbinden van een BV binnen Armaere.

deurwaarder inschakelen

In het geval van bedrijfsbeëindiging van uw debiteur of een ‘lege’ BV is er gelukkig een drietal opties. Deze opties worden in de volgende artikelen uitgediept. Hieronder staat de volgorde van de komende artikelen met daarin een korte toelichting van de onderwerpen:

  • Vereffening of een verzoek tot heropening van de vereffening indienen bij de rechtbank. Indien de BV reeds is ontbonden, moet het vermogen van de rechtspersoon vereffend worden. Dit houdt in dat de baten van de BV worden verdeeld en afgewikkeld. Als er geen bekende baten – voor zover bekend bij vereffenaar – meer aanwezig zijn, houdt de rechtspersoon op te bestaan. Echter, kan het voorkomen dat, nadat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan, nog een schuldeiser opkomt of dat van het bestaan van een bate blijkt. In dat geval kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen.
  • Als de (ontbonden) BV – naar verwachting – geen baten heeft, terwijl zij ook niet over gaat tot het betalen van de openstaande vordering, dan is het mogelijk om het faillissement van de BV aan te vragen.
  • In sommige gevallen kan ook de oud-bestuurder van de BV persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Indien blijkt dat de oud-bestuurder de BV heeft ontbonden zonder te vereffenen, terwijl er baten aanwezig waren en er is een eisende partij die nog een vordering op de BV heeft. De oud-bestuurder kan in zijn privévermogen aansprakelijk worden gesteld op grond van onrechtmatige daad. Het is dan aan de eisende partij om aan te tonen dat zij het ten onrechte niet-vereffenen van de BV tot schade heeft geleid en dat de oud-bestuurder daarvoor aansprakelijk is.

 

Hierboven staat beknopt wat uw opties zijn in het geval van bedrijfsbeëindiging van uw debiteur of een ‘lege’ BV. In de volgende artikelen zal er een (volledigere) uitleg volgen. Indien u vragen heeft over uw vordering ten aanzien van een ontbonden of ‘lege’ BV, neem gerust contact met ons op.

[1] Legalloyd, Een lege BV: wat moet je ermee?, Maart 2021, Legalloyd.nl.

[2] Ondernemingsplein, Wanneer en hoe wordt een lege rechtspersoon ontbonden?, Maart 2021, ondernemersplein.kvk.nl.

Dit artikel is geschreven door Samantha Plekker

 

Contact

beslag- en executierecht

 

Het doel van de Herziening beslag- en executierecht is duidelijk. Het moet effectiever en efficiënter!

In het voorgaande artikel ligt de nadruk voornamelijk op de modernisering van de herziening van het beslag- en executierecht. De herziening van de wetgeving had niet enkel het motief het moderniseren van de wet. De Minister voor Rechtsbescherming kondigde in zijn programma (‘Verbetering van het burgerlijk procesrecht’) aan dat het doel is te zorgen voor meer eenvoud, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit. Dit geldt voor zowel de gerechtelijke geschillenoplossing als het beslag- en executierecht. In dit artikel wordt belicht waar de effectiviteit en efficiëntie in terug te zien is.

 

Kantonrechter ook executierechter in het beslag- en executierecht

Bij de wetswijziging van 3 juli 2020 is het nu ook mogelijk een executiegeschil aanhangig te maken bij de kantonrechter. Kortgezegd de kantonrechter als executierechter. Voorheen was de kantonrechter niet bevoegd in executiegeschillen. Daarentegen klopt het beeld van de kantonrechter (waar vooral kleinere eenvoudigere zaken worden behandeld) niet meer. Blijkens de praktijk zijn er veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen de kantonrechter en de civiele rechter.[1] Met de jaren zijn de kanton- en de civiele rechter steeds dichter naar elkaar toe gegroeid.

beslag- en executierecht

Verklaringen derde

De derde-beslagene ontvangt het beslagexploot van de deurwaarder. Bij het beslagexploot ontvangt de derde een formulier. Conform de wet dient de derde-beslagene een verklaring af te geven van hetgeen hij van de geëxecuteerde (mogelijk) onder zich heeft. Voorheen moest een derde – hierbij valt te denken aan banken, werkgevers en de Belastingdienst – een verklaring binnen vier weken overleggen aan het gerechtsdeurwaarderkantoor die het beslag had gelegd. Die termijn is verkort naar twee weken.[2] Indien de derde-beslagene extra tijd nodig heeft, hetzij voor eventueel instellen van rechtsmiddelen, kan er verzocht worden de termijn te verlengen tot vier weken.

 

Elektronische beslagen in het beslag- en executierecht

Hedendaags kan (bijna) alles digitaal. Wederom liep het beslag- en executierecht wat dat betreft achter. De mogelijkheid om bankbeslagen elektronisch te leggen, bestond al enige tijd. Om een bankbeslag elektronisch te leggen, dient de gerechtsdeurwaarder in het bezit te zin van een elektronisch adres. Voor 1 januari 2021 had de gerechtsdeurwaarder de keuze: het bankbeslag elektronisch of niet niet-elektronisch te leggen. Vanaf 1 januari 2021 geldt dat – als de gerechtsdeurwaarder een elektronisch adres heeft opgegeven bij De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) – de beslagen altijd elektronisch moet leggen.

Hiermee is de keuzemogelijkheid te komen vervallen.

 

Tevens heeft de deurwaarder de bevoegdheid gekregen om voorafgaand aan de beslaglegging aan banken te vragen of de schuldenaar bij hen een bankrekening aanhoudt.[3] Dit kan alleen als er een executoriale titel is verkregen. Dit alles heeft ook weer te maken met het beschermen van het bestaansminimum van de schuldenaar. Met deze wetswijziging worden de zogeheten multi-bankbeslagen voorkomen. De vele bankbeslagen zorgden voor onnodige hoge kosten en zijn tijdrovend voor de banken.

 

Motorrijtuigen

Per 1 april 2021 verandert het leggen van beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens. Conform de oude regelgeving moet de deurwaarder eerst op pad om het motorrijtuig op te sporen. Dit kost enorm veel tijd en geld. Middels het nieuwe wetsvoorstel wordt er een administratief beslag ingevoerd voor beslaglegging op motorrijtuigen en aanhangwagens. Ook wel bekend als een bureaubeslag. Dat houdt in dat het beslag door de deurwaarder wordt gelegd terwijl hij achter zijn bureau zit.[4]

De deurwaarder maakt een proces-verbaal van de beslaglegging om dit vervolgens in te schrijven in het kentekenregister. Dit ter voorkoming van overschrijving op naam van een derde. In het kentekenreglement zal een wijziging plaatsvinden. Er zal – mits het proces-verbaal staat ingeschreven in het kentekenregister van de RDW – een blokkerende werking voordoen. Het proces-verbaal wordt na de inschrijving betekend aan de eigenaar van het motorrijtuig.

 

Behalve de gewone formaliteiten kan het proces-verbaal, indien nodig instructies bevatten inzake het verplicht afgeven van het motorrijtuig aan de deurwaarder ten behoeve van de executie. Dit is nader te bepalen door de deurwaarder en is ook casuïstisch gevoelig.

 

Tevens blijft beslaglegging conform artikel 440 Rv ook mogelijk. In het kentekenregister worden alleen Nederlandse kentekens ingeschreven. Aan de hand van het bovenstaand artikel kan er ook nog beslag worden gelegd op motorrijtuigen met buitenlandse kentekens.

 

Conclusie van de herziening van het beslag- en executierecht

De herziening van het beslag- en executierecht is gebeurd omdat het voornamelijk achterhaald was. Weinig tot niets was tot vorig jaar gedigitaliseerd in de deurwaarderij. De huidige maatschappij zal met de jaren nog meer overgaan tot digitalisering. Op het moment dat al het bovenstaande is geïmplementeerd in de bedrijven die daarbij gemoeid zijn, is het wellicht alweer achterhaald. De technologie gaat sneller dan dat de wet kan worden aangepast. Tevens zou dit niet haalbaar zijn omdat dit de werkwijze niet ten goed zal komen. De werkwijze van onder andere gerechtsdeurwaarders behoeft de nodige voorbereidingstijd bij eventuele wijzigingen in de wet. Dat neemt niet weg dat dit in ieder geval een stap in de goede richting is. Met name voor de vereenvoudiging, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit binnen het beslag- en executierecht.

 

Door: Samantha Plekker

[1] Rechtsspraak, Nauwelijks verschil tussen kantonrechter en civiele rechter, Januari 2021, Lawyrup.nl.

[2] Lawyrup, Executoriaal beslag onder derden (Afd. 2, Titel 2, Boek 2 Rv.), Januari 2021, Lawyrup.nl.

[3] Artikel 475aa Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. (Nieuw).

[4] Beslagrecht, Bureaubeslag, Januari 2021, Beslagrecht.nl.

 

Meer weten? Neem contact met ons op!

beslag op roerende zaken

Beslag op roerende zaken wordt minder vanzelfsprekend. Het bestaansminimum is opgenomen in het wetboek om veilig te stellen dat een schuldenaar bij wie beslag wordt gelegd, kan voorzien in zijn eerste levensbehoefte (slapen, kleding en eten). De norm van het bestaansminimum is met de jaren aanzienlijk veranderd. Waar mensen in 1838 het bestaan van een telefoon zich niet konden indenken, is een (mobiele) telefoon hedendaags niet meer weg te denken. Mede om die reden was het beslag- en executierecht hard toe aan modernisering. Sinds 1 oktober jl. is de vernieuwde wet ingegaan.

Niet-bovenmatig inboedelzaken

De wet bevat een verbod om roerende zaken in beslag te nemen wanneer voorzienbaar is dat de opbrengst die kan worden gerealiseerd met de verkoop van die zaken, minder bedraagt dan de kosten van het beslag.[1] Als de schuldenaar door het beslag niet onevenredig in zijn belangen wordt getroffen, geldt er een uitzondering op deze wet. Dit kan door de schuldeiser aannemelijk worden gemaakt. Waar voorheen bepaalde inboedelzaken van beslag uitgezonderd moesten blijven, geldt er nu een algeheel beslagverbod op niet-bovenmatige inboedelzaken van de door de schuldenaar bewoonde woning. Het gaat hier dus om het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van de woning dienende roerende zaken.[2] Het beslagverbod geldt enkel op de in de woonruimte aanwezige zaken. Zaken die zich bijvoorbeeld bevinden in een garage blijven vatbaar voor beslag. Tevens de werkbus van de zzp’er valt dus niet onder de beslagbescherming. In het volgende artikel komt beslaglegging op auto’s aan het bod. De Basisregistratie Personen (BRP) is leidend voor de deurwaarder als het aankomt op waar de schuldenaar woonachtig is.

Hetgeen wat aangemerkt wordt tot bovenmatige inboedelzaken is aan de deurwaarder.

Daarnaast zal naar verwachting toekomstige jurisprudentie ons voorzien van verheldering wat als bovenmatig dient te worden beschouwd.

 Beslagverboden

Het beslagverbod geldt ook voor zaken die de schuldenaar en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften.[3] Zo heeft de burger een computer (laptop) nodig om zich in de huidige samenleving te kunnen redden. Toch zijn de algemene dagelijkse levensbehoeften niet voor iedereen gelijk. Denk hierbij aan een rolstoel. Een schuldenaar die in een rolstoel zit, is hiervan afhankelijk en wordt de rolstoel gezien als een algemene dagelijkse behoefte. Een rolstoel die op zolder staat opgeslagen, wordt niet gezien als een algemene dagelijkse behoefte.

beslag op roerende zaken

 

Het is voor de deurwaarder van belang om te kunnen onderscheiden wat als bovenmatig kan worden beschouwd. De bovenmatigheid zal kunnen blijken uit de hoeveelheid zaken, dan wel uit de waarde van de zaken. De schuldenaar kan wel in de gelegenheid worden gesteld om de bovenmatige zaak te vervangen. Het gaat hierbij om een bovenmatige zaak die de schuldenaar niet kan missen. Het is dan aan de schuldenaar om de bovenmatige zaak te vervangen door een niet als bovenmatige zaak aan te merken vergelijkbare zaak.[4] Hierbij valt de denken aan een veel te dure fiets. De schuldenaar mag deze vervangen uit de executieopbrengst voor een goedkopere fiets.

Hoogstpersoonlijke aard en gezelschapsdieren

Tot slot geldt een beslagverbod voor zaken van hoogstpersoonlijke aard of gezelschapsdieren.[5]

Bij zaken van hoogstpersoonlijke aard kan gedacht worden aan een trouwring of fotoboeken. Bij gezelschapsdieren gaat het om dieren die in de woning verblijven, bestemd zijn om te houden voor gezelschap en waarmee de schuldenaar een grote emotionele band voelt. In het gros van de gevallen zal het gezelschapsdier een enkele hond of kat betreffen. Hierbij wordt (nog) geen maximum aangegeven. Als het in een casus gaat om een schuldenaar waarbij diegene twintig honden bezit, zal dit hoogstwaarschijnlijk worden aangemerkt als bovenmatig. Geldt dat dan ook voor het bezitten van vijf katten? Het is en blijft vooralsnog een grijs gebied. De deurwaarder zal per situatie van een schuldenaar beoordelen wanneer de gezelschapsdieren in een woning bovenmatig zijn.

Conclusie

De essentie van de nieuwe regeling is het behouden van het bestaansminimum van schuldenaren. Beslag op roerende zaken moet er niet toe leiden de schuldenaar geen middelen meer heeft om in zijn eerste levensbehoefte te voorzien. Hier speelt de deurwaarder een belangrijke rol. De deurwaarder draagt verantwoordelijkheid om het bestaansminimum van de schuldenaar te waarborgen.

[1] Art. 441 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

[2] Art. 3:5 Burgerlijk Wetboek.

[3] Art. 447 lid 1 onder sub d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

[4] Art. 447 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

[5] Art. 447 lid 1 onder sub f en g Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering.

Wilt u meer weten? Neem contact met ons op!

Dit artikel is geschreven door Samantha Plekker

deurwaarder

Het beslag- en executierecht wordt herzien. Binnen het beslag- en executierecht vinden in de periode van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021 wijzigingen plaats. De inwerkingtreding van de diverse bepalingen zal op verschillende momenten binnen die periode zijn. In de komende weken zal er een serie aan artikelen verschijnen met als insteek; herziening binnen het beslag- en executierecht.

Het beslag- en executierecht gaat over tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels (Herziening beslag- en executierecht, 2020). Met andere woorden is het een sluitstuk van de gerechtelijke afhandeling van geschillen.

Modernisering beslag- en executierecht

Een aantal wetsartikelen  is overduidelijk aan modernisering toe. Zo is het beslagverbod in 1838 in het wetboek opgenomen. De lijst van de levensbehoefte van een schuldenaar was vrij summier en achterhaald. In het oude wetsartikel (art. 447 Rv) staat bijvoorbeeld opgenomen dat bepaalde schuldenaren de beschikking houden over de roerende zaken waarmee zij in hun inkomen voorzien (gereedschap van ambachtslieden). Het is uitzonderlijk te noemen wanneer een schuldenaar hedendaags dient te beschikken over gereedschap zoals ambachtslieden deze hadden om zichzelf van een inkomen te voorzien. Daarentegen zijn er vandaag de dag wél andere roerende zaken wat de maatschappij stelt aan een menswaardig bestaansminimum. Hierbij kan gedacht worden aan computerapparatuur voor bijvoorbeeld een studie. Dit is slechts één voorbeeld van de wijzigingen binnen het beslag- en executierecht. Zie de uitgangspunten voor de vervolgonderwerpen van de artikelen.

beslag- en executierecht

Uitgangspunten van het wetsvoorstel

Om een kleine blik te werpen naar de artikelen in de komende weken, staan hieronder de uitgangspunten van het wetsvoorstel;

  • het bestaansminimum van schuldenaren dient geborgd te zijn;
  • de beslaglegging en executie wordt effectiever en efficiënter;
  • voorkomen dat beslaglegging uitsluitend wordt ingezet als pressiemiddel;
  • de kosten van de beslagen mogen de baten niet overstijgen;
  • beslagen op motorrijtuigen.

Overgangsrecht

Het is niet altijd wenselijk dat de regels die gelden voor een beslag wijzigen terwijl het beslag al is gelegd met toepassing van de oude wet. Daarvoor is het overgangsrecht van toepassing. Het overgangsrecht zorgt ervoor dat het huidige recht en de nieuwe wet elkaar niet direct kruisen. De reeds gelegde beslagen blijven hierdoor altijd van kracht.

 

Bronnen

Art. 447 Wetboek Burgelijke Rechtsvordering (Rv). (sd).

Herziening beslag- en executierecht . (2020). Opgehaald van Eerste Kamer der Staten-Generaal: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35225_herziening_beslag_en

 

Dit artikel is geschreven door Samantha Plekker

Wilt u meer weten over deze herzieningen? Neem dan contact met ons op.

verhaalsrechten

Wij zoeken voor onze vestigingen in Den Bosch en Apeldoorn een ervaren en zelfstandig executiespecialist, die van aanpakken houdt!

Functieomschrijving:

Het behandelen van losse opdrachten voor onze opdrachtgevers en dossiers in het reguliere executietraject. Het hebben van eerstelijns contact met opdrachtgevers, derden en debiteuren.

De werkzaamheden bestaan onder andere uit:

• Het controleren van dagvaardingen;
• Het opmaken van complexe exploten;
• Het uitvoeren van werkzaamheden in het executietraject, waaronder: het onderzoeken van verhaalsmogelijkheden om het juiste beslag te leggen en het verzorgen van correspondentie en het vervaardigen van diverse beslagexploten;
• Het uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot het invoeren van dossiers en de executie van vonnissen.

Functieprofiel:

• Minimaal 3 jaar ervaring bij een gerechtsdeurwaarderskantoor;
• Ervaring met complexe zaken voor o.a. de advocatuur;
• HBO werk- en denkniveau;
• Kennis van Outlook en Word;
• Goede beheersing van de Nederlandse taal, in woord en geschrift;
• Ervaring met het werken met Eurodossier en CreditNavigator van EuroSystems.

Armaere is een jonge en ambitieuze speler binnen de deurwaardersbranche en biedt een dynamische functie waarbinnen jij jouw ervaring optimaal kunt benutten. . Zelfstandig opererend in Den Bosch of Apeldoorn met de mogelijkheid een zichtbare bijdrage te leveren aan de uitbouw van onze organisatie. Een grote mate van zelfstandigheid en zelfsturing is vereist. Bij Armaere vind je een informele werksfeer waar jonge, ambitieuze mensen zich thuis voelen.

Wij bieden een uitdagende functie voor 40 uur per week.

Ben jij diegene die we zoeken?

Armaere Gerechtsdeurwaarders; andere beloven, wij maken het waar!

Reageren kan naar administratie@armaere.nl t.a.v. I. Damming

 

ministerieplicht van de deurwaarder
deurwaarder

Gerechtsdeurwaarders zijn belast met het verrichten van ambtshandelingen in Nederland.[1] Dit is een bevoegdheid die de overheid exclusief aan deurwaarders heeft toegekend. Onder deze ambtshandelingen valt bijvoorbeeld het betekenen van exploten. Daarbuiten heeft de gerechtsdeurwaarder de verplichting een rekening derdengelden aan te houden bij een bank.[2] Dit is een rekening ten behoeve van de werkzaamheden voortvloeiende uit de hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder. Door deze rekening wordt het privévermogen van de deurwaarder gescheiden gehouden van het vermogen op de rekening derdengelden. Het feit dat de gerechtsdeurwaarder de enige is die bepaalde ambtshandelingen mag verrichten neemt met zich mee dat er een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van deze ambtenaren rust. Met name de financiële huishouding van de deurwaarder vereist de nodige aandacht. Daardoor dient er voldoende toezicht te worden gehouden. Dit artikel bespreekt hoe het toezicht op gerechtsdeurwaarders in Nederland is geregeld.

Het BFT houdt toezicht op gerechtsdeurwaarders

De toezicht op gerechtsdeurwaarders wordt uitgevoerd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT). Het BFT houdt buiten deurwaarders ook toezicht op belastingadviseurs, accountants en notarissen.[3] Het bestuur van de organisatie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en een bestuurslid.[4] Dit bestuur wordt bijgestaan door een directeur die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van het BFT.[5] Verder is het BFT publiekrechtelijk ingesteld en het wordt gesubsidieerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Werkwijze BFT

Het doel van het BFT is het bijdragen aan de rechtszekerheid en integriteit van het financiële stelsel in Nederland. Van belang is dan ook dat het BFT als toezichthouder onafhankelijk te werk gaat. De onafhankelijkheid van een toezichthouder zorgt voor vertrouwen vanuit de samenleving en het vormt één van de zes bouwstenen waarop het beleid en de werkwijze van het BFT is gebaseerd. Het tweede aspect is transparantie. In het kader van de transparantie wordt periodiek gerapporteerd en bevindingen worden openbaar gemaakt wanneer dit niet indruist tegen de geheimhoudingsplicht of privacy wetgeving. Ten derde speelt de professionaliteit een grote rol. De toezichthouder moet zich conform beleid gedragen en binnen de organisatie dienen werknemers op te hoogte te zijn van de belangrijkste actualiteiten binnen het werkveld. Het vierde aspect is selectiviteit en efficiëntie. Selectief toezicht houdt in dat het BFT zijn toezichtsbeleid afstemt op risico- en kosten- en batenanalyses. Door middel van deze analyses kan efficiënt te werk worden gegaan, er zal daardoor onderzoek worden gedaan naar de meest relevante zaken. Ten vijfde is slagvaardigheid van belang. Dat houdt in dat het BFT terughoudend zal zijn waar het kan en doortastend waar het moet. Ook het goed gebruiken van de bevoegdheden is onderdeel van de slagvaardigheid. Ten slotte is samenwerking essentieel om de werklast beperkt te houden. Dat kan door middel van het uitwisselen van risicoanalyses of andere gegevens.[6]

Integraal toezicht en onderzoek

Het toezicht dat wordt uitgevoerd door het BFT is integraal. Dat betekent dat het toezicht ziet op meerdere aspecten van het deurwaarders beroep. Het toezicht focust zich met name op drie aandachtsgebieden: financiën, integriteit en kwaliteit. Daarbij is het van belang dat er in lijn met de bovenstaande werkwijze wordt opgetreden. Niet ieder geval vereist echter dezelfde behandeling. Daarom is het toezicht risicogericht. Dat houdt in dat profielen met een hoger risico meer aandacht en toezicht vergen dan profielen met een laag risico. Als een profiel een bepaald risico bevat, dan kan dat aanleiding zijn voor een risicogericht onderzoek. Een mogelijk onderzoek kan dan ook variëren van het inwinnen van informatie tot een daadwerkelijk bedrijfsbezoek.[7]

Wet- en regelgeving en handhaving bij toezicht op gerechtsdeurwaarders

Het BFT heeft wettelijk de bevoegdheid toegekend gekregen om toezicht te houden op gerechtsdeurwaarders. Ze houden toezicht op basis van een aantal bronnen: De Gerechtsdeurwaarderswet, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, het Tuchtrecht en Rechtspraak. Indien een normschending is vastgesteld, bijvoorbeeld op basis van onderzoek, dan heeft het BFT de keus uit meerdere wettelijke handhavingsinstrumenten, onderverdeeld in bestuursrechtelijke en tuchtrechtelijke instrumenten. Bestuursrechtelijk kan bijvoorbeeld een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete worden opgelegd. Tuchtrechtelijk kan er bijvoorbeeld een klacht worden ingediend bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders of een verzoek worden gedaan ter voorlopige schorsing van de gerechtsdeurwaarder. In de praktijk zal echter eerst worden geprobeerd via andere, niet-wettelijke, instrumenten te handhaven. Hier kan gedacht worden aan een waarschuwing of een pre-tuchtrechtelijk gesprek. Zo kan in de voorfase al een hoop worden voorkomen.[8]

Relevantie

Het toezicht op gerechtsdeurwaarders en andere ambtenaren in Nederland vormt één van de belangrijkste waarborgen in het Nederlandse financiële stelsel en het zorgt ervoor dat er vertrouwen ontstaat in de samenleving omtrent gerechtsdeurwaarders. Het BFT houdt dit toezicht op basis van een aantal fundamentele uitgangspunten en waarborgen. Goed toezicht op ambtelijke beroepen is dan ook zeer relevant in een land als Nederland. Wel is het van belang dat de werkwijze zoals die hierboven is beschreven in iedere toezichtshandeling wordt gewaarborgd omdat er alleen dan van een goed en onafhankelijk toezicht kan worden gesproken.

[1] Art. 3 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw).

[2] Art. 19 lid 1 Gdw.

[3] Op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financiering van Terrorisme (Wwft).

[4] Art. 3 Bestuursreglement bureau financieel toezicht, 2 November 2016.

[5] Art. 7 Bestuursreglement bureau financieel toezicht, 2 November 2016.

[6] Gebaseerd op de MIssie-Bureau-Financieel-Toezicht, November 2011.

[7] Gebaseerd op tabs ‘BFT’ en ‘Gerechtsdeurwaarders’ op de website van het BFT, via: https://www.bureauft.nl/.

[8] Onderdeel 5 Handhavingsbeleid van het Bureau Financieel Toezicht, 27 December 2016.

Contact

deurwaarder

Als commercieel medewerker binnendienst binnen Armaere Gerechtsdeurwaarders ben je onderdeel van het Sales-team.  Je onderhoudt contacten met onze bestaande – en potentiële klanten .

Armaere is een gerechtsdeurwaarderskantoor met vestigingen in Apeldoorn en Den Bosch. Wij hebben een juridische procespraktijk, waarin onze juristen procederen voor onze klanten, en een ambtelijke praktijk, waarin wij vonnissen ten uitvoer leggen. Wij zijn het verlengstuk van de advocatuur en de incassobureaus.

Onze klanten zijn advocatenkantoren, incassobureaus en debiteurensoftware-leveranciers. Doordat wij een nichekantoor zijn kennen wij onze klanten goed en weten wij wat hun behoeften zijn.

De werkzaamheden

De werkzaamheden zijn als volgt:

  • Ondersteunen commerciële buitendienst;
  • Opstellen offertes
  • Opvolgen afspraken
  • Beheer CRM-applicatie
  • Contacten onderhouden:
  • Bestaande klanten
  • Potentiële klanten

Over welke competenties moet je beschikken

Je bent accuraat en stressbestendig. Daarnaast ben je klantgericht en een echte teamspeler. In je enthousiasme blijf je oplossingsgericht en heb je een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Uiteraard beschik je over een goed commercieel inzicht.

Wat mag je verwachten

Je mag van ons verwachten dat je in een leuk team komt te werken. Samenwerken en kennis delen staat bij ons centraal. Daarnaast zijn er vier keer per jaar teamuitjes, inclusief een kerstdiner met de partners erbij. (iets over salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden)

Naar wie zijn wij op zoek

Wij zijn op zoek naar een leuke collega die  24 – 32 uur (over vier dagen verdeeld) beschikbaar is en over de volgende kwaliteiten beschikt:

MBO4/MBO+ werk-denkniveau met een commerciële opleiding/achtergrond

Goede beheersing van de Nederlandse taal

Klantgericht

Teamspeler

Affiniteit met de juridische branche

Solliciteren

Mail je CV en motivatie naar b.ferwerda@armaere.nl ter attentie van Bram Ferwerda.