Derdenverklaring en derdenbeslag ECLI:NL:RBGEL:2015:8246

Essentie

Schuldeiser heeft ten laste van schuldenaar beslag gelegd onder zijn werkgever (derdenbeslag). Werkgever (V.O.F.) verklaart middels een derdenverklaring dat er wel sprake is van een rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer welke  tevens vennoot is, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De rechtbank oordeelt dat de privéonttrekkingen uit de V.O.F. aangemerkt moeten worden als vergoeding voor werkzaamheden en dat deze gelden onder het gelegde derdenbeslag vallen.

Inleiding

Eiser is enige tijd gehuwd geweest met haar huidige ex-partner. Na een bepaalde periode is het huwelijk ontbonden. De echtscheidingsbeschikking is op 20 september 2013 ingeschreven in de  registers van de burgerlijke stand. De rechtbank heeft bepaald dat de ex-partner € 1.000 per maand aan alimentatie aan eiser moet voldoen.

Eiser heeft hoger beroep ingesteld en het gerechtshof heeft, onder vernietiging van de beschikking van de rechtbank, bij beschikking bepaald dat de ex-partner € 2.859 per maand aan alimentatie aan eiser dient te voldoen. De ex-partner is niet tot betaling van de alimentatie overgegaan.

De ex-partner is (mede) eigenaar van een vennootschap onder firma, zijnde de gedaagde partij in onderhavige procedure en heeft hier vermoedelijk inkomen uit.

Hierom heeft eiser derdenbeslag laten leggen onder de werkgever. De werkgever heeft verklaard dat er wel sprake is van een rechtsverhouding  tussen de V.O.F. en de ex-partner, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De deurwaarder heeft, namens eiser, aan de werkgever gemeld dat eiser niet akkoord is met de afgelegde derdenverklaring en heeft om aanvulling daarvan verzocht.

Eiser heeft intussen in een separate procedure de rechtbank verzocht om de alimentatieverplichting op nihil te stellen. De rechtbank heeft hiermee ingestemd met terugwerkende kracht vanaf 15 december 2014. De vordering ter zake de alimentatieverplichting  voor de periode 20 september 2013 tot 15 december 2014 staat echter nog open.

Geschil

Eiser vordert van de werkgeverdat er een juiste gerechtelijke verklaring wordt afgelegd met betrekking tot het gelegde derdenbeslag;

De werkgever is echter van mening dat er wel een rechtsverhouding bestaat tussen de eiser en haar ex-partner, maar dat werkgever niet de verplichting heeft om maandelijks een bedrag aan de ex-partner te voldoen.

Eiser is van mening dat de maandelijkse privéontrekking van de ex-partner  uit werkgever  gezien moet worden als vergoeding voor werkzaamheden en derhalve vatbaar is voor derdenbeslag.

Ook is eiser van mening dat de werkgever € 3.500 per maand aan haar ex-partner verschuldigd is op grond van art. 479a Rv, daar genoemd bedrag een redelijk bedrag is voor de verrichte werkzaamheden.

De rechtbank oordeelt

De rechtbank oordeelt dat de privéontrekkingen van de ex-partners uit de werkgever moeten worden gezien als vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en dat de derdenverklaring dient te luiden dat werkgever tot 1 maart 2015 € 3.500 en na 1 maart 2015 € 2.500 aan de ex-partner is verschuldigd.

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de strekking van art. 475a Rv is dat het derdenbeslag zich uitstrekt over al hetgeen wat de werkgever aan de ex-partner verschuldigd is. Hieronder valt ook de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden.

nieuws

 

 

 

 

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.