beslag- en executierecht

 

Het doel van de Herziening beslag- en executierecht is duidelijk. Het moet effectiever en efficiënter!

In het voorgaande artikel ligt de nadruk voornamelijk op de modernisering van de herziening van het beslag- en executierecht. De herziening van de wetgeving had niet enkel het motief het moderniseren van de wet. De Minister voor Rechtsbescherming kondigde in zijn programma (‘Verbetering van het burgerlijk procesrecht’) aan dat het doel is te zorgen voor meer eenvoud, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit. Dit geldt voor zowel de gerechtelijke geschillenoplossing als het beslag- en executierecht. In dit artikel wordt belicht waar de effectiviteit en efficiëntie in terug te zien is.

 

Kantonrechter ook executierechter in het beslag- en executierecht

Bij de wetswijziging van 3 juli 2020 is het nu ook mogelijk een executiegeschil aanhangig te maken bij de kantonrechter. Kortgezegd de kantonrechter als executierechter. Voorheen was de kantonrechter niet bevoegd in executiegeschillen. Daarentegen klopt het beeld van de kantonrechter (waar vooral kleinere eenvoudigere zaken worden behandeld) niet meer. Blijkens de praktijk zijn er veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen de kantonrechter en de civiele rechter.[1] Met de jaren zijn de kanton- en de civiele rechter steeds dichter naar elkaar toe gegroeid.

beslag- en executierecht

Verklaringen derde

De derde-beslagene ontvangt het beslagexploot van de deurwaarder. Bij het beslagexploot ontvangt de derde een formulier. Conform de wet dient de derde-beslagene een verklaring af te geven van hetgeen hij van de geëxecuteerde (mogelijk) onder zich heeft. Voorheen moest een derde – hierbij valt te denken aan banken, werkgevers en de Belastingdienst – een verklaring binnen vier weken overleggen aan het gerechtsdeurwaarderkantoor die het beslag had gelegd. Die termijn is verkort naar twee weken.[2] Indien de derde-beslagene extra tijd nodig heeft, hetzij voor eventueel instellen van rechtsmiddelen, kan er verzocht worden de termijn te verlengen tot vier weken.

 

Elektronische beslagen in het beslag- en executierecht

Hedendaags kan (bijna) alles digitaal. Wederom liep het beslag- en executierecht wat dat betreft achter. De mogelijkheid om bankbeslagen elektronisch te leggen, bestond al enige tijd. Om een bankbeslag elektronisch te leggen, dient de gerechtsdeurwaarder in het bezit te zin van een elektronisch adres. Voor 1 januari 2021 had de gerechtsdeurwaarder de keuze: het bankbeslag elektronisch of niet niet-elektronisch te leggen. Vanaf 1 januari 2021 geldt dat – als de gerechtsdeurwaarder een elektronisch adres heeft opgegeven bij De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) – de beslagen altijd elektronisch moet leggen.

Hiermee is de keuzemogelijkheid te komen vervallen.

 

Tevens heeft de deurwaarder de bevoegdheid gekregen om voorafgaand aan de beslaglegging aan banken te vragen of de schuldenaar bij hen een bankrekening aanhoudt.[3] Dit kan alleen als er een executoriale titel is verkregen. Dit alles heeft ook weer te maken met het beschermen van het bestaansminimum van de schuldenaar. Met deze wetswijziging worden de zogeheten multi-bankbeslagen voorkomen. De vele bankbeslagen zorgden voor onnodige hoge kosten en zijn tijdrovend voor de banken.

 

Motorrijtuigen

Per 1 april 2021 verandert het leggen van beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens. Conform de oude regelgeving moet de deurwaarder eerst op pad om het motorrijtuig op te sporen. Dit kost enorm veel tijd en geld. Middels het nieuwe wetsvoorstel wordt er een administratief beslag ingevoerd voor beslaglegging op motorrijtuigen en aanhangwagens. Ook wel bekend als een bureaubeslag. Dat houdt in dat het beslag door de deurwaarder wordt gelegd terwijl hij achter zijn bureau zit.[4]

De deurwaarder maakt een proces-verbaal van de beslaglegging om dit vervolgens in te schrijven in het kentekenregister. Dit ter voorkoming van overschrijving op naam van een derde. In het kentekenreglement zal een wijziging plaatsvinden. Er zal – mits het proces-verbaal staat ingeschreven in het kentekenregister van de RDW – een blokkerende werking voordoen. Het proces-verbaal wordt na de inschrijving betekend aan de eigenaar van het motorrijtuig.

 

Behalve de gewone formaliteiten kan het proces-verbaal, indien nodig instructies bevatten inzake het verplicht afgeven van het motorrijtuig aan de deurwaarder ten behoeve van de executie. Dit is nader te bepalen door de deurwaarder en is ook casuïstisch gevoelig.

 

Tevens blijft beslaglegging conform artikel 440 Rv ook mogelijk. In het kentekenregister worden alleen Nederlandse kentekens ingeschreven. Aan de hand van het bovenstaand artikel kan er ook nog beslag worden gelegd op motorrijtuigen met buitenlandse kentekens.

 

Conclusie van de herziening van het beslag- en executierecht

De herziening van het beslag- en executierecht is gebeurd omdat het voornamelijk achterhaald was. Weinig tot niets was tot vorig jaar gedigitaliseerd in de deurwaarderij. De huidige maatschappij zal met de jaren nog meer overgaan tot digitalisering. Op het moment dat al het bovenstaande is geïmplementeerd in de bedrijven die daarbij gemoeid zijn, is het wellicht alweer achterhaald. De technologie gaat sneller dan dat de wet kan worden aangepast. Tevens zou dit niet haalbaar zijn omdat dit de werkwijze niet ten goed zal komen. De werkwijze van onder andere gerechtsdeurwaarders behoeft de nodige voorbereidingstijd bij eventuele wijzigingen in de wet. Dat neemt niet weg dat dit in ieder geval een stap in de goede richting is. Met name voor de vereenvoudiging, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit binnen het beslag- en executierecht.

 

Door: Samantha Plekker

[1] Rechtsspraak, Nauwelijks verschil tussen kantonrechter en civiele rechter, Januari 2021, Lawyrup.nl.

[2] Lawyrup, Executoriaal beslag onder derden (Afd. 2, Titel 2, Boek 2 Rv.), Januari 2021, Lawyrup.nl.

[3] Artikel 475aa Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. (Nieuw).

[4] Beslagrecht, Bureaubeslag, Januari 2021, Beslagrecht.nl.

 

Meer weten? Neem contact met ons op!