deurwaarder

Gerechtsdeurwaarders zijn belast met het verrichten van ambtshandelingen in Nederland.[1] Dit is een bevoegdheid die de overheid exclusief aan deurwaarders heeft toegekend. Onder deze ambtshandelingen valt bijvoorbeeld het betekenen van exploten. Daarbuiten heeft de gerechtsdeurwaarder de verplichting een rekening derdengelden aan te houden bij een bank.[2] Dit is een rekening ten behoeve van de werkzaamheden voortvloeiende uit de hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder. Door deze rekening wordt het privévermogen van de deurwaarder gescheiden gehouden van het vermogen op de rekening derdengelden. Het feit dat de gerechtsdeurwaarder de enige is die bepaalde ambtshandelingen mag verrichten neemt met zich mee dat er een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van deze ambtenaren rust. Met name de financiële huishouding van de deurwaarder vereist de nodige aandacht. Daardoor dient er voldoende toezicht te worden gehouden. Dit artikel bespreekt hoe het toezicht op gerechtsdeurwaarders in Nederland is geregeld.

Het BFT houdt toezicht op gerechtsdeurwaarders

De toezicht op gerechtsdeurwaarders wordt uitgevoerd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT). Het BFT houdt buiten deurwaarders ook toezicht op belastingadviseurs, accountants en notarissen.[3] Het bestuur van de organisatie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en een bestuurslid.[4] Dit bestuur wordt bijgestaan door een directeur die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van het BFT.[5] Verder is het BFT publiekrechtelijk ingesteld en het wordt gesubsidieerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Werkwijze BFT

Het doel van het BFT is het bijdragen aan de rechtszekerheid en integriteit van het financiële stelsel in Nederland. Van belang is dan ook dat het BFT als toezichthouder onafhankelijk te werk gaat. De onafhankelijkheid van een toezichthouder zorgt voor vertrouwen vanuit de samenleving en het vormt één van de zes bouwstenen waarop het beleid en de werkwijze van het BFT is gebaseerd. Het tweede aspect is transparantie. In het kader van de transparantie wordt periodiek gerapporteerd en bevindingen worden openbaar gemaakt wanneer dit niet indruist tegen de geheimhoudingsplicht of privacy wetgeving. Ten derde speelt de professionaliteit een grote rol. De toezichthouder moet zich conform beleid gedragen en binnen de organisatie dienen werknemers op te hoogte te zijn van de belangrijkste actualiteiten binnen het werkveld. Het vierde aspect is selectiviteit en efficiëntie. Selectief toezicht houdt in dat het BFT zijn toezichtsbeleid afstemt op risico- en kosten- en batenanalyses. Door middel van deze analyses kan efficiënt te werk worden gegaan, er zal daardoor onderzoek worden gedaan naar de meest relevante zaken. Ten vijfde is slagvaardigheid van belang. Dat houdt in dat het BFT terughoudend zal zijn waar het kan en doortastend waar het moet. Ook het goed gebruiken van de bevoegdheden is onderdeel van de slagvaardigheid. Ten slotte is samenwerking essentieel om de werklast beperkt te houden. Dat kan door middel van het uitwisselen van risicoanalyses of andere gegevens.[6]

Integraal toezicht en onderzoek

Het toezicht dat wordt uitgevoerd door het BFT is integraal. Dat betekent dat het toezicht ziet op meerdere aspecten van het deurwaarders beroep. Het toezicht focust zich met name op drie aandachtsgebieden: financiën, integriteit en kwaliteit. Daarbij is het van belang dat er in lijn met de bovenstaande werkwijze wordt opgetreden. Niet ieder geval vereist echter dezelfde behandeling. Daarom is het toezicht risicogericht. Dat houdt in dat profielen met een hoger risico meer aandacht en toezicht vergen dan profielen met een laag risico. Als een profiel een bepaald risico bevat, dan kan dat aanleiding zijn voor een risicogericht onderzoek. Een mogelijk onderzoek kan dan ook variëren van het inwinnen van informatie tot een daadwerkelijk bedrijfsbezoek.[7]

Wet- en regelgeving en handhaving bij toezicht op gerechtsdeurwaarders

Het BFT heeft wettelijk de bevoegdheid toegekend gekregen om toezicht te houden op gerechtsdeurwaarders. Ze houden toezicht op basis van een aantal bronnen: De Gerechtsdeurwaarderswet, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, het Tuchtrecht en Rechtspraak. Indien een normschending is vastgesteld, bijvoorbeeld op basis van onderzoek, dan heeft het BFT de keus uit meerdere wettelijke handhavingsinstrumenten, onderverdeeld in bestuursrechtelijke en tuchtrechtelijke instrumenten. Bestuursrechtelijk kan bijvoorbeeld een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete worden opgelegd. Tuchtrechtelijk kan er bijvoorbeeld een klacht worden ingediend bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders of een verzoek worden gedaan ter voorlopige schorsing van de gerechtsdeurwaarder. In de praktijk zal echter eerst worden geprobeerd via andere, niet-wettelijke, instrumenten te handhaven. Hier kan gedacht worden aan een waarschuwing of een pre-tuchtrechtelijk gesprek. Zo kan in de voorfase al een hoop worden voorkomen.[8]

Relevantie

Het toezicht op gerechtsdeurwaarders en andere ambtenaren in Nederland vormt één van de belangrijkste waarborgen in het Nederlandse financiële stelsel en het zorgt ervoor dat er vertrouwen ontstaat in de samenleving omtrent gerechtsdeurwaarders. Het BFT houdt dit toezicht op basis van een aantal fundamentele uitgangspunten en waarborgen. Goed toezicht op ambtelijke beroepen is dan ook zeer relevant in een land als Nederland. Wel is het van belang dat de werkwijze zoals die hierboven is beschreven in iedere toezichtshandeling wordt gewaarborgd omdat er alleen dan van een goed en onafhankelijk toezicht kan worden gesproken.

[1] Art. 3 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw).

[2] Art. 19 lid 1 Gdw.

[3] Op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financiering van Terrorisme (Wwft).

[4] Art. 3 Bestuursreglement bureau financieel toezicht, 2 November 2016.

[5] Art. 7 Bestuursreglement bureau financieel toezicht, 2 November 2016.

[6] Gebaseerd op de MIssie-Bureau-Financieel-Toezicht, November 2011.

[7] Gebaseerd op tabs ‘BFT’ en ‘Gerechtsdeurwaarders’ op de website van het BFT, via: https://www.bureauft.nl/.

[8] Onderdeel 5 Handhavingsbeleid van het Bureau Financieel Toezicht, 27 December 2016.

Contact

deurwaarder

Als commercieel medewerker binnendienst binnen Armaere Gerechtsdeurwaarders ben je onderdeel van het Sales-team.  Je onderhoudt contacten met onze bestaande – en potentiële klanten .

Armaere is een gerechtsdeurwaarderskantoor met vestigingen in Apeldoorn en Amsterdam. Wij hebben een juridische procespraktijk, waarin onze juristen procederen voor onze klanten, en een ambtelijke praktijk, waarin wij vonnissen ten uitvoer leggen. Wij zijn het verlengstuk van de advocatuur en de incassobureaus.

Onze klanten zijn advocatenkantoren, incassobureaus en debiteurensoftware-leveranciers. Doordat wij een nichekantoor zijn kennen wij onze klanten goed en weten wij wat hun behoeften zijn.

De werkzaamheden

De werkzaamheden zijn als volgt:

  • Ondersteunen commerciële buitendienst;
  • Opstellen offertes
  • Opvolgen afspraken
  • Beheer CRM-applicatie
  • Contacten onderhouden:
  • Bestaande klanten
  • Potentiële klanten

Over welke competenties moet je beschikken

Je bent accuraat en stressbestendig. Daarnaast ben je klantgericht en een echte teamspeler. In je enthousiasme blijf je oplossingsgericht en heb je een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Uiteraard beschik je over een goed commercieel inzicht.

Wat mag je verwachten

Je mag van ons verwachten dat je in een leuk team komt te werken. Samenwerken en kennis delen staat bij ons centraal. Daarnaast zijn er vier keer per jaar teamuitjes, inclusief een kerstdiner met de partners erbij. (iets over salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden)

Naar wie zijn wij op zoek

Wij zijn op zoek naar een leuke collega die  24 – 32 uur (over vier dagen verdeeld) beschikbaar is en over de volgende kwaliteiten beschikt:

MBO4/MBO+ werk-denkniveau met een commerciële opleiding/achtergrond

Goede beheersing van de Nederlandse taal

Klantgericht

Teamspeler

Affiniteit met de juridische branche

Solliciteren

Mail je CV en motivatie naar b.ferwerda@armaere.nl ter attentie van Bram Ferwerda.

Wij zijn door meerdere mensen gebeld en gemaild met betrekking tot e-mails die zij van ons hebben ontvangen. In deze e-mails wordt verzocht om gemeentelijke naheffingen en rioolheffingen te betalen.

Deze e-mails zijn niet door ons verzonden. Meldt ons, indien u een dergelijk e-mail ontvangt.

Meldt u ook bij de Fraude Helpdesk: valse-email@fraudehelpdesk.nl

Een voorbeeld ziet u onderstaand:

Phishing mail

ARMAERE – Gerechtsdeurwaarders & Incasso  B.V.
Afdeling: executie & beslaglegging
Dossiernummer: 85472218 april 2020, UtrechtBetreft: aanmaning Gemeentelijke Naheffing en rioolheffing 2019
Geachte heer, mevrouw,

U heeft uw aanslag Gemeentelijke Naheffing en rioolheffing 2019 niet (volledig) betaald.

Ondanks meerdere aanmaningen, hebben wij nog geen reactie van u ontvangen. Vandaar dat u deze laatste herinnering ontvangt.
Indien wij wederom geen reactie van u ontvangen, gaan wij binnen 3 werkdagen over tot beslaglegging op uw inkomen.

Specificatie

Bedrag aanslag: 82,52 euro
Ontvangen kwijtschelding: 0,00 euro
Vermindering ontheffing: 0,00 euro
Openstaand bedrag: 82,52 euro
Kosten aanmaning: 7,00 euro
Totaal te betalen: 89,52 euro

Betalen

Maakt U het nog openstaande bedrag van 89,52 euro binnen 3 dagen, na dagtekening van deze aanmaning, over op rekeningnummer: BE13974049792739, ten name van ARMAERE Gerechtsdeurwaarders. Vermeld in uw omschrijving uw aanslagnummer: 8547221.

Heeft U betaald na 20 maart, maar voor de datum van deze aanmaning? Dan hebben wij deze betaling nog niet in onze administratie verwerkt en kunt U deze aanmaning als niet verzonden beschouwen.

Voorkom extra kosten en verdere invorderingsmaatregelen
Betaalt U de aanmaning niet op tijd? Dan volgt er een dwangbevel. De kosten hiervan bedragen minimaal 67 euro (Artikel 3 van de Kostenwet).

Wanneer U het dwangbevel niet betaald, gaan wij over tot een vordering op uw inkomen, uw uitkering of uw pensioen. Daarnaast kunnen wij de belastingdeurwaarder opdracht geven om beslag te leggen op uw inkomen, uw banktegoeden en uw bezittingen. Dit brengt voor U extra kosten met zich mee.

Dit is uw laatste kans om te betalen! Indien u wederom niet reageert, gaan wij binnen 3 werkdagen over tot verdere maatregelen!

Hoogachtend,

Dhr. K. de Vries
Invorderingsambtenaar
ARMAERE – Gerechtsdeurwaarders & Incasso  B.V

 

betekening van exploten

De betekening van exploten is een belangrijk element van het Nederlands procesrecht. In het kort zorgt betekening ervoor dat een processtuk of exploot de andere procespartij in goede orde bereikt. Het is van belang dat de gedaagde de dagvaarding daadwerkelijk ontvangt. Het kan namelijk zijn dat de gedaagde verhuisd is en niet langer op het bij de eiser bekende adres woont. Een dagvaarding door middel van postbezorging heeft dan weinig zin aangezien hij nooit de gedaagde zal bereiken. Daarom zijn meer toereikende methoden van betekening in het leven geroepen om er zoveel mogelijk voor te zorgen dat exploten worden ontvangen door betrokkenen. Het exploot van dagvaarding wordt het vaakst betekend en zal voor dit artikel als onderwerp worden genomen, maar de betekeningsregels gelden voor alle exploten. In dit artikel zullen de (meest voorkomende) manieren van betekening de revue passeren en daarna zal in het bijzonder worden ingegaan op betekening ten tijde van corona.

Betekening van exploten in persoon

Allereerst is het van belang te benoemen dat betekening door een deurwaarder moet worden gedaan.[1] Betekening in persoon is veruit de meest gebruikte methode van betekening en geeft ook de meeste zekerheid dat de dagvaarding de gedaagde bereikt.[2] ‘In persoon’ houdt in dat de dagvaarding de gedaagde direct of indirect bereikt. Het beste scenario is een directe betekening in persoon. Dan is de gedaagde degene die de dagvaarding ontvangt. In veel gevallen is de gedaagde echter niet aanwezig ten tijde van de betekening. Dan volstaat betekening in persoon door de dagvaarding af te geven bij een ‘huisgenoot’ of een ‘ander persoon’. Als de dagvaarding wordt afgegeven aan een huisgenoot van de gedaagde dan moet de deurwaarder er vanuit kunnen gaan dat de dagvaarding de gedaagde zal bereiken. Soms is de gedaagde niet aanwezig en is er geen huisgenoot waar het exploot kan worden achtergelaten. In dat geval kan de deurwaarder betekenen aan een ander persoon waarvan aannemelijk is dat de dagvaarding de gedaagde tijdig zal bereiken. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een collega van de gedaagde.

Betekening via gesloten envelop

Als de deurwaarder niet kan betekenen bij één van de eerder genoemde personen, dan kan hij de dagvaarding in een gesloten envelop achterlaten aan de woonplaats van de gedaagde.[3] Dit is een manier van betekening die het liefst wordt vermeden omdat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de dagvaarding daadwerkelijk door de gedaagde is ontvangen. Wel is de deurwaarder bij de verblijfplaats van de gedaagde geweest waardoor een indruk kan worden gewekt of te verwachten is dat de gedaagde de dagvaarding zal ontvangen. Van belang is dat een geding aanhangig is vanaf de dag der dagvaarding.[4] Dat betekent dat ook betekening via een gesloten envelop zorgt voor het aanhangig maken van een procedure.

Betekening van exploten middels terpostbezorging

Als geen van de bovengenoemde personen de dagvaarding in ontvangst kan nemen én het achterlaten van de dagvaarding in een gesloten envelop feitelijk onmogelijk is, dan bezorgt de deurwaarder de dagvaarding per post.[5] De manier van betekening is ook geldig en zal ervoor zorgen dat het geding aanhangig is. Er is bij terpostbezorging echter wel de kleinste kans dat de dagvaarding de gedaagde daadwerkelijk tijdig zal bereiken. De gewone termijn van dagvaarding is tenminste een week.[6] Er kan zich dan bijvoorbeeld de situatie voordoen dat de gedaagde op vakantie is voor drie weken en wanneer hij terugkomt wordt voorgeschoteld met een verstekvonnis. De gedaagde heeft dan de mogelijkheid om in verzet te gaan zodat de procedure alsnog op juiste wijze kan verlopen. In die situatie is ook betekening door middel van terpostbezorging een adequate manier van betekening.

betekening van exploten

Tijdens corona exploten betekenen

Op dit moment, schrijvend 27 maart 2020, bevinden we ons in een uiterst bijzondere en onzekere situatie door de corona crisis. Als gevolg van de corona crisis zijn rechtbanken gesloten waardoor fysieke zittingen praktisch onmogelijk zijn geworden. Enkel urgente zaken gaan nog door.[7] Ook de manier van betekening door deurwaarders wordt door corona beïnvloed. De Koninklijke Beroepsorganisatie voor Gerechtsdeurwaarders (KBvG) heeft dan ook de maatregel genomen dat bij het betekenen van gerechtelijke stukken, zoals dagvaardingen, fysiek contact zoveel mogelijk moet worden vermeden.[8] Met inachtneming van de maatregelen van het RIVM, zoals bijvoorbeeld de anderhalve meter afstand, zal betekening in persoon in de praktijk een lastige zaak worden. Daarom zal in deze tijden toch moeten worden gekeken naar alternatieve betekeningsmethoden. Daardoor is terpostbezorging op dit moment wellicht een goed alternatief. Als ook dit onmogelijk is zal moeten worden gekeken naar andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld een ‘kantoorexploot’ waar de dagvaarding zal worden achtergelaten bij de werkplaats van de gedaagde.[9]

Conclusie

Waar betekening in persoon in de praktijk de meest gebruikte en meest gewilde manier van betekening is, zien we nu dat tijdens corona betekening in persoon niet langer soelaas kan bieden. Er wordt door deurwaarders goed gelet op de maatregelen die zijn aangekondigd door zowel het RIVM als de KBvG. Daardoor zullen dagvaardingen en andere exploten worden betekend op andere wijzen. Hierbij kan worden gedacht aan het achterlaten van het exploot in een gesloten envelop aan de woonplaats van de gedaagde, betekening ter post of alternatieve oplossingen zoals kantoorexploten.

Auteur: Max van der Veer

[1] Zie artt. 45-47 Rv.

[2] Art. 46 lid 1 Rv.

[3] Art. 47 lid 1 Rv.

[4] Art. 125 lid 1 Rv.

[5] Art. 47 lid 1 Rv.

[6] Art. 114 Rv.

[7] Zie voor een verdere toelichting: Rechtszaken en het coronavirus, via https://www.armaere.nl/rechtszaken-en-het-coronavirus.

[8] Zie maatregelen KBvG, Den Haag, 23 maart 2020, via: https://www.kbvg.nl/8155/coronavirus.html.

[9] Zo ook wordt geconcludeerd in: Burgerlijke rechtsvordering in tijden van corona, Door W. Heemskerk, geraadpleegd op 27-03-2020, via: https://www.advocatenblad.nl/2020/03/16/burgerlijke-rechtsvordering-in-tijden-van-corona/.

rechtszaken en het coronavirus

Rechtszaken en het coronavirus. Wat nu? Op dit moment, schrijvend 19 maart 2020, wordt Nederland aangevallen door een onzichtbare vijand. Onze minister-president Mark Rutte begon zijn toespraak van 16 maart 2020 met de volgende woorden: ‘Het coronavirus houdt ons land in de greep’.[1] Dat is een perfecte omschrijving van de huidige situatie voor bijna alle sectoren. Zo wordt ook de juridische wereld door het coronavirus in de greep gehouden. Hoe moet het namelijk met rechtszaken die normaliter open zijn voor publiek en worden gehouden op zitting met meerdere mensen tegelijk in een relatief kleine ruimte? Ten tijde van de bovengenoemde toespraak was al het een en ander aangekondigd wat betreft de maatregelen die gaan gelden binnen het procesrecht, maar later deze week werd duidelijker wat de coronacrisis voor consequenties gaat hebben op het Nederlandse rechtssysteem.

 

Aankondiging besluit

Op zondag 15 maart 2020 kondigde de rechtspraak aan dat per dinsdag 17 maart 2020 alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges de deuren sluiten, met uitzondering voor urgente rechtszaken.[2] In diezelfde aankondiging werd bepaald dat ook publiek niet meer welkom is bij rechtszaken vanaf dinsdag jongstleden. Bij urgente zaken zal de procedure zoals gezegd wel zijn doorgang vinden, maar ook hier worden passende maatregelen genomen om zoveel mogelijk het besmettingsrisico te beperken. Dit zijn ingrijpende maatregelen met de nodige complicaties van dien.

Urgente rechtszaken en het coronavirus

Enkel urgente zaken gaan door. Wat zijn urgente zaken? De rechtspraak gaf hier in een bericht van maandag 16 maart 2020 meer duidelijkheid over.[3] Volgens dit bericht is een zaak urgent wanneer het staken van de rechtszaak raakt aan de rechten van rechtzoekenden en verdachten. Dit kunnen zaken zijn met spoed of zaken waar termijnen verlopen. Binnen dit algemeen kader heeft de rechtspraak een duidelijk overzicht gemaakt van alle urgente zaken. Hieronder is de uiteenzetting van urgente zaken door de rechtspraak ter verduidelijking samengevat.

Samenvatting urgente zaken:

  • Bestuursrecht: zoveel mogelijk schriftelijk; voorlopige voorzieningen met spoed en bewaringszaken van vreemdelingen zaken worden wel afgedaan.
  • Rechtbanken – Handel en kanton: nieuwe zaken kunnen worden aangebracht; schriftelijke rolzittingen; bij voorlopige voorzieningen, kort geding en beslagrekesten wordt door de rechter bepaald of zitting moet plaatsvinden.
  • Rechtbanken – Curatele bewind en mentorschap: in samenspraak met griffie en rechter bepalen of de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.
  • Rechtbanken – Insolventiezaken: de meeste insolventiezaken worden als urgent beschouwd en vinden doorgang.
  • Strafrecht: zaken die niet dringend zijn worden aangehouden; noodzakelijke beslissingen worden genomen, waar mogelijk online; bij hoge uitzondering wel de mogelijkheid tot fysieke sitting.
  • Familie- en jeugdrecht: spoedeisende zaken worden behandeld maar niet bij middel van een fysieke sitting; telefonisch horen en uitstel van zaken.
  • Zorgmachtigingen en rechterlijke machtigingen: telefonische hoorzitting.
  • Hoger beroep civiel: alleen als het niet anders kan een fysieke zitting.

Digitale opties

Bij veel van de urgente zaken die wel ‘doorgang vinden’ gaat ook dit liever niet op de gebruikelijke manier. Waar nodig zal worden overgegaan op digitale opties. Hieronder vallen maatregelen zoals: schriftelijke rolzittingen, schriftelijke of online beslissingen, telefonisch horen en het online indienen van stukken. Deze mogelijkheden worden zoveel mogelijk ingezet en inherent hieraan wordt fysiek contact waar mogelijk vermeden. Vaak is met betrokkenen van een zaak te bespreken hoe de zaak nu afgedaan zal worden en in sommige gevallen zal de rechter oordelen wat de beste aanpak is.

Hoe nu verder?

Ondanks alle digitale mogelijkheden en andere maatregelen zal er in Nederland toch een grote achterstand worden opgelopen. Dit komt vooral door uitstel of aanhouding van zaken die normaal gewoon doorgang zouden vinden, in dit geval de niet-urgente zaken. Het probleem waar de rechtspraak straks voor komt te staan is het feit dat al die zaken in een later stadium alsnog behandeld moeten worden, maar nieuwe zaken nog steeds iedere dag aanhangig worden gemaakt. De verwachting is dat dit zal zorgen voor een forse vertraging van de doorloop- en behandelingstijden. Ook hiervoor moeten, als het zover is, nieuwe maatregelen worden genomen die een impact zullen hebben op de samenleving.

Conclusie van rechtszaken en het coronavirus

Al met al is duidelijk dat we ons nu bevinden in een uiterst onzekere tijd waarin niemand weet wat er in de (nabije) toekomst zal gebeuren. Daarom is op dit moment niet duidelijk hoe het Nederlandse rechtssysteem de zaken zal oppakken. Wel is duidelijk dat ten minste van dinsdag 17 maart 2020 tot en met maandag 6 april 2020 de rechtbanken gesloten zullen zijn en enkel de urgente zaken doorgang zullen vinden. Ook voor deze zaken wordt waar mogelijk gekozen voor digitale opties in plaats van de normale fysieke manier van zaken afdoen. Het coronavirus houdt vooralsnog ons land in de greep, maar met innovatieve maatregelen kunnen we de effecten op ons rechtssysteem zoveel mogelijk beperken. Rechtszaken en het coronavirus zal vast en zeker een vervolg krijgen.

[1] Rijksoverheid, TV-toespraak van minister-president Mark Rutte, Geraadpleegd op 19-03-2020 via: https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/mark-rutte/documenten/toespraken/2020/03/16/tv-toespraak-van-minister-president-mark-rutte.

[2] Rechtspraak, Vanaf dinsdag sluiten de gerechten, urgente zaken gaan wel door, Geraadpleegd op 19-03-2020 via: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/laatste-informatie-mbt-uitbraak-coronavirus.aspx.

[3] Rechtspraak, Rechtspraak geeft overzicht van urgente zaken die wel worden behandeld, Geraadpleegd op 19-03-2020 via: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Rechtspraak-geeft-overzicht-van-urgente-zaken-die-wel-worden-behandeld.aspx.

Contact

de dagvaardingsprocedure
bewijslast

De bewijslast is een belangrijk aspect van veel gerechtelijke procedures en vormt een essentieel onderdeel van het burgerlijk procesrecht. Enkel het feit dat je iets wel of niet moet bewijzen kan het verschil maken voor de uitkomst van een zaak. Degene die de bewijslast heeft moet kort gezegd voldoende kunnen aantonen waarom hij gelijk heeft. Dit bewijs kan behoudens uitzonderingen worden geleverd door alle mogelijke middelen. Als uitgangspunt geldt dat degene die zich op rechtsgevolgen beroept de bewijslast draagt. Echter niet alles hoeft te worden bewezen en soms kan de bewijslastverdeling anders uitvallen. In dit artikel bespreek ik wat wel en wat niet bewezen moet worden, wie moet bewijzen, de omkeringsregel en wanneer eventuele andere uitzonderingen van de bewijslast zich voordoen.

Reikwijdte

Regels van bewijsrecht gelden in dagvaardingsprocedures en verzoekschriftprocedures.[1] Dit betekent dat deze regels niet gelden in kort geding procedures omdat er dan teveel spoed bij komt kijken en het toepassen van bewijsrecht enkel voor ongewilde vertraging zal zorgen. Waar het bewijsrecht in beginsel geldt voor alle dagvaarding- en verzoekschriftprocedures, kan het zo zijn dat de aard van een verzoekschriftprocedure zich tegen de toepassing van bewijsrechtelijke regels verzet. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een verzoekschriftprocedure met spoed moet worden afgehandeld en dus lijkt op een kort geding.

Bewijslast

Bij een procedure is er altijd een inleidend processtuk, in het bijzonder een dagvaarding of een verzoekschrift. Degene die de procedure entameert beroept zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten.[2] Als hoofdregel geldt dat diegene ook de bewijslast draagt. Deze partij draagt dan in beginsel de bewijslast over alle feiten of rechten die hij stelt in zijn inleidend processtuk. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer iemand een andere partij dagvaardt wegens wanprestatie, hij degene is die moet bewijzen dat er sprake is van wanprestatie. Dit geldt dan voor alle aspecten van het leerstuk wanprestatie, behoudens uitzonderingen. Het feit dat een partij de bewijslast draagt impliceert bewijsrisico.[3] Als de rechter namelijk niet is overtuigd door het bewijs dan zal hij de feiten of rechten niet als vaststaand beschouwen en daardoor kan een vordering vaak niet worden gehonoreerd. Daarom kan essentieel zijn wie aan zet is om te bewijzen en wat hij of zij precies moet bewijzen.

Niet bewijzen

Kort gezegd geldt dus als hoofdregel: wie stelt, bewijst. In beginsel gaat het dan om alle feiten en rechten die worden gesteld. Er zijn echter drie categorieën uitzonderingen die niet hoeven te worden bewezen en waar dus geen bewijslast op rust. Allereerst hoeft een partij niet of onvoldoende betwiste feiten niet te bewijzen.[4] De gedaagde in een dagvaardingsprocedure moet namelijk specifiek feiten betwisten die de eiser heeft gesteld. Wanneer hij dit niet of onvoldoende doet staan de feiten in rechte vast en is er geen bewijs nodig. Ook processuele feiten hoeven niet bewezen te worden. Dat er een dagvaarding is gebracht hoeft een partij bijvoorbeeld niet te stellen. Ten slotte behoeven feiten van algemene bekendheid en ervaringsregels geen bewijs.[5] Dit zijn feiten die een rechter aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, ook zonder dat ze door een partij gesteld zijn.

Omkeringsregel

Een bijzondere uitzondering op de hoofdregel is de zogenaamde omkeringsregel. Deze omkeringsregel kan opgaan in gevallen waar een normschending en schade bewezen kan worden maar niet zeker is of hiertussen een causaal verband bestaat. Het gaat dan om een schending van normen die op een bepaald type schade, vaak letselschade, zijn gericht en waarvan kan worden aangenomen dat de schade door een bepaalde handeling is veroorzaakt. De Hoge Raad geeft het volgende beoordelingskader voor de omkeringsregel: Er moet (1) vast te komen staan dat sprake is geweest van een gedraging in strijd met een norm die ertoe strekt het ontstaan van een specifiek gevaar te voorkomen en (2) in een concreet geval moet dit specifieke gevaar zich verwezenlijkt hebben.[6] Hier wilt de Hoge Raad de eiser in bepaalde gevallen beschermen ten aanzien van het bewijzen van het causaal verband. Wanneer de omkeringsregel opgaat moet de tegenpartij namelijk bewijzen dat er geen causaal verband bestaat tussen de normschending en de schade. Het is van belang om op te merken dat de omkeringsregel niet vaak opgaat en echt een uitzondering op de hoofdregel blijft.

bewijslast

Andere uitzonderingen

De omkeringsregel is niet de enige uitzondering waardoor de bewijslastverdeling iets anders uit kan vallen. Uit enige bijzondere regel of uit eisen van redelijkheid en billijkheid kan namelijk een andere verdeling van de bewijslast voortvloeien. Een voorbeeld van enige bijzondere regel die de bewijslastverdeling veranderd is het geval wanneer meerdere gebeurtenissen kunnen hebben geleid tot dezelfde schade en vaststaat dat ten minste één van die gebeurtenissen de oorzaak van de schade is.[7] Ook de bewijslast van een werkgever en de bewijslast van terhandstelling zijn voorbeelden van enige bijzondere regels die de bewijslast anders verdelen. Dit blijven echter opnieuw uitzonderingen op de hoofdregel. Ook de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen tot een andere bewijslastverdeling leiden maar dit komt in de praktijk nauwelijks voor.

Conclusie

Al met al is duidelijk dat de bewijslast een belangrijk aspect is van veel procedures. Het bewijsrisico zorgt voor een extra druk bij degene die de bewijslast draagt. Indien een partij de bewijslast heeft betekent dit echter niet dat de wederpartij geen bewijs mag leveren. Tegenbewijs staat in beginsel namelijk altijd vrij.[8] De bewijslast wordt normaliter gedragen door de partij die zich op rechtsgevolgen beroept. In de praktijk is dit meestal de eiser maar soms kan het ook de wederpartij zijn bij een eis in reconventie. Dit is het geval waarin de gedaagde niet alleen verdedigt maar zelf ook een eis stelt. Degene die moet bewijzen hoeft ook niet alles te bewijzen en bewijst enkel wat de wederpartij voldoende heeft betwist. Zo blijft de omvang van het geding enigszins beperkt en zal de procedure zich normaliter focussen rond één of enkele hoofdpunten.

Auteur: Max van der Veer

[1] Art. 284 lid 1 jo. 149 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

[2] Art. 150 Rv.

[3] R.J.B. Boonekamp & W.L. Valk (red.), Stelplicht & Bewijslast, Deventer: Wolters Kluwer, p. 10.

[4] Art. 149 lid 1 Rv.

[5] Art. 149 lid 2 Rv.

[6] HR 29-11-2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7345 (Lekkende tankcontainer,Transport Ferry Service/Nederlandse Spoorwegen).

[7] Art. 6:99 Burgerlijk Wetboek (BW).

[8] Art. 151 lid 2 Rv.

Contact

deurwaarder

Vacature: toegevoegd-gerechtsdeurwaarder bij Armaere Gerechtsdeurwaarders

Werken bij het gerechtsdeurwaarderskantoor voor advocaten en incassobureaus, waarbij kennis en klantgerichtheid centraal staat!

Wij zijn op zoek naar een aanvulling op ons deurwaardersteam. Wil je werken bij een ambitieus gerechtsdeurwaarderskantoor, dat zich focust op de ambtelijke praktijk? Dan ben jij de collega die wij zoeken.

De werkzaamheden

Geen dag ziet er hetzelfde uit. Wij werken voor advocaten en incassobureaus. Dit betekent dat wij regelmatig spoedzaken hebben door heel Nederland. De collega’s op kantoor bereiden de exploten voor en jij gaat op pad om de dagvaardingen te betekenen en de beslagen te leggen.

Ook verzorgen wij ontruimingen en beslagen met behulp van politie en slotenmaker.

Als toegevoegd/kandidaat gerechtsdeurwaarder bij ons gerechtsdeurwaarderskantoor krijg je te maken met alle facetten van het deurwaardersvak.

Wat mag je verwachten

Je mag van ons verwachten dat je in een leuk team komt te werken. Samenwerken en kennis delen staat bij ons centraal. Daarnaast zijn er vier keer per jaar teamuitjes, inclusief een kerstdiner met de partners erbij.

Het betreft een functie voor vier of vijf dagen in de week. Je kunt rekenen op een zelfstandige en dynamische baan en goede samenwerking met collega’s. Wij bieden een marktconform salaris.

Over ons

Armaere Gerechtsdeurwaarders is opgericht door de vier eigenaren. In 2016 zijn wij met ons kantoor in Apeldoorn gestart. Door de kennis van onze medewerkers in te zetten voor advocaten en incassobureaus zijn wij snel gegroeid. In 2018 zijn wij onze tweede vestiging in Amsterdam gestart.

Vanuit onze twee kantoren bedienen wij advocaten en incassobureaus in heel Nederland. Wij zijn een ambitieus kantoor, waar collega’s kennis aan elkaar overdragen en op een prettige manier met elkaar samenwerken.

Wij zijn klantgericht en helpen advocaten en incassobureaus succesvol te zijn.

Solliciteren

Mail je CV en motivatiebrief naar administratie@armaere.nl ter attentie van Ivio Damming.

Vragen? Bel ons!

 

deurwaarder

conservatoir beslag
bankbeslag