Deurwaarder Apeldoorn

Post uit Wenen, het Europese betalingsbevel

Afgelopen dinsdag zat er een brief in onze postbus, voorzien van andere postzegels dan gebruikelijk. Na de postzegels te hebben bestudeerd waren we eruit. Post uit Oostenrijk. Bij het openen van de envelop werd ons vermoeden werkelijkheid, het verzoek om een Europees betalingsbevel (EBB) te betekenen. Onderstaand een stukje theorie over het  EBB.

Het Europees betalingsbevel

Sinds 12 december 2008 is de Verordening (EG) nr 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (EBB-verordening) van toepassing.

Het doel van de EBB-verordening is om de invordering van grensoverschrijdende schulden, die niet worden betwist, te bespoedigen, te vereenvoudigen en de kosten te verminderen.

Deze verordening is van toepassing op burgerlijke- en handelszaken. Bestuursrechtelijke-, fiscale- en faillissementszaken vallen niet binnen deze verordening.

De procedure tot het verkrijgen van het Europese betalingsbevel verloopt als volgt:

  1. De schuldeiser vult een standaardformulier in, waarin hij moet aangeven wie de debiteur en schuldeiser zijn, waar voornoemde partijen zijn gevestigd , wat de grondslag van de vordering is en of er incassokosten en rente in rekening worden gebracht.
  2. Voornoemd formulier dient te worden ingediend bij het juiste gerecht. De bevoegdheid van de rechter wordt bepaald door de EEX-verordening. Indien de schuldenaar een consument is, is het gerecht van diens woonplaats bevoegd om kennis van de zaak te nemen.
  3. De schuldenaar wordt niet opgeroepen om op de zitting te verschijnen en de rechter oordeelt enkel op de informatie die door de schuldeiser aan de rechter is verstrekt, waardoor de rechtelijke toetsing marginaal is en het Europees betalingsbevel snel is verkregen.
  4. Indien het Europees betalingsbevel is verkregen dient deze te worden betekend aan de schuldenaar. In het bevel staat vermeld dat de schuldenaar de vordering binnen dertig dagen na betekening dient te voldoen of binnen voornoemde termijn verweer dient in te stellen.
  5. In de meeste gevallen wordt geen verweer ingesteld, waardoor het Europees betalingsbevel uitvoerbaar wordt verklaard. Hiermee is een executoriale titel verkregen en is de mogelijkheid ontstaan om de vordering onder dwang te incasseren.
  6. Het komt ook voor dat de schuldenaar het niet eens is met de vordering en zich binnen de gestelde termijn verweert. In deze gevallen wordt de procedure een reguliere procedure op tegenspraak in het land waar het Europees betalingsbevel is uitgevaardigd.

Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders is specialist op het gebied van incasso en  executie

 

Deurwaarder Apeldoorn

Derdenverklaring en derdenbeslag ECLI:NL:RBGEL:2015:8246

Essentie

Schuldeiser heeft ten laste van schuldenaar beslag gelegd onder zijn werkgever (derdenbeslag). Werkgever (V.O.F.) verklaart middels een derdenverklaring dat er wel sprake is van een rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer welke  tevens vennoot is, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De rechtbank oordeelt dat de privéonttrekkingen uit de V.O.F. aangemerkt moeten worden als vergoeding voor werkzaamheden en dat deze gelden onder het gelegde derdenbeslag vallen.

Inleiding

Eiser is enige tijd gehuwd geweest met haar huidige ex-partner. Na een bepaalde periode is het huwelijk ontbonden. De echtscheidingsbeschikking is op 20 september 2013 ingeschreven in de  registers van de burgerlijke stand. De rechtbank heeft bepaald dat de ex-partner € 1.000 per maand aan alimentatie aan eiser moet voldoen.

Eiser heeft hoger beroep ingesteld en het gerechtshof heeft, onder vernietiging van de beschikking van de rechtbank, bij beschikking bepaald dat de ex-partner € 2.859 per maand aan alimentatie aan eiser dient te voldoen. De ex-partner is niet tot betaling van de alimentatie overgegaan.

De ex-partner is (mede) eigenaar van een vennootschap onder firma, zijnde de gedaagde partij in onderhavige procedure en heeft hier vermoedelijk inkomen uit.

Hierom heeft eiser derdenbeslag laten leggen onder de werkgever. De werkgever heeft verklaard dat er wel sprake is van een rechtsverhouding  tussen de V.O.F. en de ex-partner, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De deurwaarder heeft, namens eiser, aan de werkgever gemeld dat eiser niet akkoord is met de afgelegde derdenverklaring en heeft om aanvulling daarvan verzocht.

Eiser heeft intussen in een separate procedure de rechtbank verzocht om de alimentatieverplichting op nihil te stellen. De rechtbank heeft hiermee ingestemd met terugwerkende kracht vanaf 15 december 2014. De vordering ter zake de alimentatieverplichting  voor de periode 20 september 2013 tot 15 december 2014 staat echter nog open.

Geschil

Eiser vordert van de werkgeverdat er een juiste gerechtelijke verklaring wordt afgelegd met betrekking tot het gelegde derdenbeslag;

De werkgever is echter van mening dat er wel een rechtsverhouding bestaat tussen de eiser en haar ex-partner, maar dat werkgever niet de verplichting heeft om maandelijks een bedrag aan de ex-partner te voldoen.

Eiser is van mening dat de maandelijkse privéontrekking van de ex-partner  uit werkgever  gezien moet worden als vergoeding voor werkzaamheden en derhalve vatbaar is voor derdenbeslag.

Ook is eiser van mening dat de werkgever € 3.500 per maand aan haar ex-partner verschuldigd is op grond van art. 479a Rv, daar genoemd bedrag een redelijk bedrag is voor de verrichte werkzaamheden.

De rechtbank oordeelt

De rechtbank oordeelt dat de privéontrekkingen van de ex-partners uit de werkgever moeten worden gezien als vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en dat de derdenverklaring dient te luiden dat werkgever tot 1 maart 2015 € 3.500 en na 1 maart 2015 € 2.500 aan de ex-partner is verschuldigd.

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de strekking van art. 475a Rv is dat het derdenbeslag zich uitstrekt over al hetgeen wat de werkgever aan de ex-partner verschuldigd is. Hieronder valt ook de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden.

nieuws

 

 

 

 

Dagvaarding

Absolute competentie, relatieve competentie


Indien er een geschil ontstaat tussen twee of meerdere partijen en zij komen er onderling niet uit, dan kunnen zij de rechtbank verzoeken hierover een uitspraak te doen. De eerste vraag die dan wordt gesteld is dan, welke rechter uitspraak mag doen ten aanzien van het geschil.

In dit artikel gaan wij in op de bevoegdheid van de rechtbanken ten aanzien van civiele vorderingen in eerste aanleg en procesvertegenwoordiging.

Absolute competentie


Absolute competentie is de term die wordt gebruikt om aan te duiden welke rechter in eerste aanleg bevoegd is om uitspraak te doen ter zake het geschil.
Het uitgangspunt is dat de rechtbanken (dus niet de gerechtshoven of de Hoge Raad) in eerste aanleg kennis nemen van alle burgerlijke zaken. Bijstand van een advocaat is alleen verplicht bij vorderingen welke dienen bij de rechtbank.

Art. 93 Rv bepaalt dat geldvorderingen t/m € 25.000 worden beoordeeld door de kantonrechter . Vorderingen groter dan € 25.000 worden beoordeeld door de sectie Civiel van de rechtbank.

De grens van € 25.000 betreft de totale vordering inclusief rente en incassokosten tot aan de dag dat de zaak aanhangig is gemaakt. De rente die vanaf de dag der dagvaarding wordt berekend telt niet mee voor de bepaling van de competentie. Indien er sprake is van meerdere vorderingen in één rechtszaak is voor de toepassing van artikel 93 Rv beslissend de totale waarde van de vorderingen. Vorderingen welke betrekking hebben op huur, huurkoop, consumentenkoop of arbeidsrecht vallen eveneens onder de bevoegdheid van de kantonrechter.
Vorderingen die onder de Wet op het consumentenkrediet (WCK) vallen, worden ook door de kantonrechter behandeld. Dit zijn consumptieve kredieten met een oorspronkelijke kredietsom van   ten hoogste ad € 40.000.  De kantonrechter kan, indien zij niet de bevoegde rechter is, de zaak ambtshalve doorverwijzen naar de juiste rechtbank (art. 71 Rv e.v.). Dit kan ook op verzoek van een van de procespartijen worden gedaan.

Relatieve competentie


Nadat is bezien welke rechtbank absoluut competent is om uitspraak te doen, is het zaak te bezien welke rechtbank relatief bevoegd is. Met relatieve competentie wordt bedoeld, de plaats waar de rechtbank, die bevoegd is uitspraak te doen ter zake het geschil, zetelt.

Art. 99 Rv bepaalt dat de rechtbank in de woonplaats van de gedaagde in beginsel bevoegd is om uitspraak te doen. Indien er geen bekende woonplaats is, is de rechtbank in de feitelijke woonplaats bevoegd.

Bij arbeidsrechtelijke zaken is de rechtbank in de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht ex art. 100 Rv en voor huurzaken geldt dat de rechter in het gebied waar het gehuurde zich bevindt, bevoegd is.

In de praktijk


Wij komen in onze praktijk veelvuldig tegen dat dagvaardingen worden aangeleverd waarin de absolute of relatieve competentie onjuist is.
Het is onze taak als gerechtsdeurwaarderskantoor om hierop te letten en dit aan te passen, zodat er geen herstelexploot uitgebracht hoeft te worden en de gerechtelijke procedure geen onnodige vertraging oploopt.

Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders


Wij zijn gespecialiseerd in Incasso, Proces-, Beslag- en Executierecht en het verrichten van ambtshandelingen. Wij voeren de gerechtelijke procedures bij de kantonrechter voor geldvorderingen tot € 25.000, in zaken met betrekking tot huurvorderingen (huurachterstanden, ontruimingen etc. ) en vorderingen welke onder de WCK vallen.
Wij onderscheiden ons door onze ervaren partners die tevens de dossierbehandelaars van uw zaak zijn.

Ons motto is: “Anderen beloven…. Wij maken het waar”.

Digitaal Beslagregister

Vanaf 1 januari 2016 is het Digitaal Beslagregister gefaseerd ingevoerd. Dat is een centraal systeem waar alle beslagen móéten worden ingeschreven en dat móét worden geraadpleegd alvorens er beslag wordt gelegd of een dagvaarding wordt uitgebracht. Het Digitaal Beslagregister heeft als doel om de schuldeiser inzicht te geven waardoor onnodig hoge kosten worden voorkomen en de beslagvrije voet wordt gerespecteerd.

Voorheen was het zo dat gelegde beslagen nergens per debiteur werden geregistreerd en voor de schuldeiser niet inzichtelijk waren. Het kon dus gebeuren dat er meerdere beslagen per debiteur werden gelegd en hierdoor onnodig kosten werden gemaakt. Daarnaast kon het gebeuren dat mensen met schulden onder de bestaansnorm kwamen te leven door opeenstapeling van de beslagleggingen. Het Kabinet heeft daarom besloten om een centraal Digitaal Beslagregister op te richten.

Bescherming van schuldenaar
Vanaf 1 januari is er gestart met het registreren van alle derdenbeslagen. Voorbeelden hiervan zijn beslag op salaris, uitkering, belastingtoeslag of voorlopige teruggave. Een gerechtsdeurwaarder moet vanaf 1 januari 2016 het gelegde derdenbeslag binnen drie werkdagen inschrijven in het beslagregister. Daarnaast moet hij veranderingen ook binnen drie werkdagen in het digitale systeem verwerken. Dit geldt voor nieuwe beslagen. Lopende beslagen worden in 2016 gefaseerd ingeschreven. De deurwaarder moet vervolgens het register raadplegen voordat hij beslag gaat leggen, maar ook voordat hij een dagvaarding gaat uitbrengen. Op deze manier wordt de schuldenaar beschermd en wordt de beslagvrije voet gerespecteerd zodat hij niet onder het minimum komt te leven.

Wat verandert er voor de opdrachtgever?
Doordat er nu meer inzicht is in de beslagen die eventueel al bij de klant-debiteur zijn gelegd, kan de gerechtsdeurwaarder een beter advies geven. Hij weet beter of er mogelijkheden zijn om de vordering te incasseren. Daarnaast moet hij de opdrachtgever informeren als het niet mogelijk is om binnen drie jaar de vordering te verhalen op de klant-debiteur. Wil de opdrachtgever dan toch dat de deurwaarder overgaat tot een ambtshandeling, bijvoorbeeld het uitbrengen van een dagvaarding of het leggen van beslag, dan moet hij daarvoor expliciet opdracht geven. Er is dus voor de opdrachtgever een actievere rol weggelegd. Nog meer dan al het geval was, gaat de gerechtsdeurwaarder hem betrekken bij het advies en uiteindelijk zal de opdrachtgever beslissen welke actie zal volgen.

Het voordeel van het Digitaal Beslagregister is dat de opdrachtgever een completer beeld heeft van de situatie en de verhaalmogelijkheden, maar ook dat de klant-debiteur wordt beschermd en de schulden niet nog meer oplopen.