advocaten

Onze kantoorpraktijk (deel 2)

De exhibitievordering in Deventer

Deze week kregen we de opdracht van een collega-deurwaarder om een dagvaarding te betekenen in Deventer, waarin inzage wordt gevorderd van bepaalde bescheiden, de zogenoemde exhibitievordering.

Een interessante kwestie, waarbij de eisende partij bepaalde bewijsstukken nodig heeft om te beoordelen of zij al dan niet een vordering tegen de wederpartij zal indienen.

In dit deel gaan we in de op de exhibitievordering ex art. 843a Rv.

De exhibitievordering

In zaken ter zake Intellectueel eigendom, kwekersrecht en projectontwikkeling komt het met enige regelmaat voor dat één van de partijen wil bewijzen dat er een inbreuk op haar recht is gemaakt, terwijl de bewijsstukken hiervan in bezit zijn van de wederpartij. Voor IE-zaken zijn de artikelen 1019 Rv e.v. van toepassing en deze worden in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Wanneer de wederpartij de bewijsstukken niet vrijwillig ter beschikking stelt kan de partij die daarbij een rechtmatig belang heeft,  inzage verlangen in de relevante bewijsstukken.

Bij deze bewijsstukken moet worden gedacht aan administraties, e-mails en brieven, modelleringen en formules.

Vereisten

Art. 843a Rv stelt een aantal vereisten aan de vordering om inzage te verkrijgen in bewijsstukken.

  1. Er moet sprake zijn van een rechtmatig belang.Of er al dan niet sprake is van een rechtmatig belang wordt beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden. Het hof te Den Haag heeft in 2013[1] in haar arrest de volgende maatstaf gehanteerd:“bij zodanig verschafte concrete feiten en omstandigheden dat daaruit een gerechtvaardigd vermoeden van (dreigende) inbreuk kan worden afgeleid” 

2.  De kosten voor de inzage komen voor rekening van de eisende partij.

  1. De bewijsstukken waartoe inzage wordt gevorderd dienen betrekking te hebben op een rechtsbetrekking waarin de wederpartij of haar rechtsvoorganger partij in zijn.

De bewijsstukken

Sinds de wetsherziening in 2002 is het inzagerecht uitgebreid van onderhandse akten naar “bepaalde bescheiden”.

Het gaat hier om zowel fysieke als digitale stukken, zoals notulen van bestuursvergaderingen en computerbestanden.

De bewijsstukken dienen in de vordering voldoende te worden bepaald. Bijvoorbeeld een vordering tot inzage in de volledige bedrijfsadministraties is onvoldoende bepaald.

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Ter zake exhibitievorderingen kunnen wij als deurwaarder conservatoire bewijsbeslagen leggen en dagvaardingen betekenen.

Indien na de exhibitievordering een gerechtelijke procedure wordt gewonnen waaruit een geldelijke vordering voortvloeit, kunnen onze incassospecialisten en gerechtsdeurwaarders deze voor u incasseren.

 

 

[1] Hof Den Haag 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:3941

Deurwaarder Apeldoorn

Opheffen conservatoir beslag ECLI:NL:RBOVE:2016:179 (Rechtbank Overijssel, locatie Almelo)

 

Essentie

Kortgedingprocedure waarin de bank de kredietrelatie met de sportschoolketen en haar eigenaar heeft opgezegd en conservatoir beslag heeft gelegd om haar vordering veilig te stellen.

De sportschoolketen en de eigenaar zijn het niet met deze opzegging eens en stellen dat de gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig en buitenproportioneel zijn.

De voorzieningenrechter te Almelo gaat hier niet in mee en wijst de vorderingen van de sportschoolketen en de eigenaar af.

Inleiding

de bank heeft in totaal drie zakelijke financieringen met verschillende looptijden (van rekeningcourant tot 25 jaar durende financiering) verstrekt aan een kleine sportschoolketen in Overijssel en een achttal zakelijke financieringen aan de eigenaar van voornoemde keten in privé.

Als zekerheid voor deze financieringen is een recht van hypotheek gevestigd op meerdere onroerende zaken, de voorraden, de inventaris. Tevens zijn alle vorderingen en de huurpenningen verpand.

In mei 2014 zijn partijen een reductieregeling overeengekomen, waardoor de rekeningcourantfaciliteit wordt afgebouwd.

Per 1 januari 2015 expireren twee zakelijke financieringen van de eigenaar. de Bank heeft de eigenaar hiervan eind oktober op de hoogte gesteld.

Partijen zijn in gesprek gegaan ter zake de herfinanciering van zowel de financieringen van de sportschoolketen als de financieringen van de eigenaar in privé.

Partijen zijn er niet uitgekomen, waarna de bank de rekeningcourantfaciliteiten heeft opgezegd van de sportschoolketen en van de eigenaar in privé en hen heeft gesommeerd de uitstaande kredieten uiterlijk 20 februari 2015 te voldoen.

de sportschoolketen en de eigenaar hebben bij brief d.d. 19 februari 2015 de opzegging door de bank betwist.

Na het verstrijken van de termijn in de sommatie heeft de bank de resterende financieringen van de sportschoolketen en de eigenaar opgezegd en gesommeerd deze uiterlijk op 9 maart 2015 te voldoen.

Aan deze sommatie is niet voldaan, waarna de bank het pandrecht ter zake de huurpenningen van de één van de onroerende zaken ingeroepen.

Begin oktober 2015 heeft de bank conservatoir beslag laten leggen ten laste van de eigenaar op de bankrekeningen bij een zestal banken.

Begin november 2015 heeft de bank conservatoir beslag laten leggen ten laste van de sportschoolketen op de bankrekeningen bij een zevental banken.

Geschil

De sportschoolketen en de eigenaar vorderen dat:

  1. de conservatoire beslagen worden opgeheven;
  2. het de bank wordt verboden om nieuwe beslagen te leggen;
  3. het inroepen van het pandrecht ter zake de huurpenningen ongedaan wordt gemaakt.

de sportschoolketen en de eigenaar zijn van mening dat de opzegging van de kredietfaciliteiten buitenproportioneel en onrechtmatig zijn. de bank stelde volgens hen onredelijke voorwaarden en volgens de sportschoolketen en de eigenaar sprake was van een overstand op de rekeningcourantfaciliteit.

De bank stelt dat conform de reductieovereenkomst de rekening courantfaciliteit is afgebouwd en dat de sportschoolketen en de eigenaar een overstand hadden doordat er niet aan de overeengekomen limiet op de rekening courantfaciliteit werd voldaan. Hierdoor is er sprake van een opzeggingsgrond, waardoor de bank het recht had om de kredietrelatie op te zeggen.

Ter zake het opheffen van de gelegde conservatoire beslagen en het inroepen van het pandrecht door de bank zijn de sportschoolketen en de eigenaar van mening dat de beslagen onnodig zijn, omdat zij voldoende verhaal bieden. Om haar standpunt te onderbouwen hebben de sportschoolketen en de eigenaar taxatierapporten overgelegd, waaruit dit zou blijken.

De bank betwist de inhoud van de overgelegde taxatierapporten van de onroerende zaken, aangezien het doel van het opmaken van de taxatierapporten herfinanciering en niet executie was. Daarnaast betwist zij het taxatierapport ter zake de fitnessapparatuur aangezien in dit rapport uit wordt gegaan van de vervangingswaarde in plaats van de executiewaarde.

De rechter oordeelt

Het kortgeding leent zich niet voor de beoordeling van het al dan niet onrechtmatig opzeggen van de kredietrelatie door de bank. Hiervoor zal een bodemprocedure aanhangig moeten worden gemaakt.

De conservatoire beslagen hoeven niet opgeheven te worden en het inroepen van het pandrecht hoeft niet ongedaan te worden gemaakt.

Er is volgens de voorzieningenrechter niet summierlijk gebleken dat de vordering van De Bank ondeugdelijk is.

Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat de sportschoolketen en de eigenaar niet aannemelijk hebben gemaakt dat er voldoende zekerheden zijn verstrekt om de vorderingen van de bank te voldoen, waardoor het leggen van conservatoire beslagen en het inroepen van het pandrecht onnodig zijn.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de sportschoolketen en de eigenaar af en veroordeelt hen in de proceskosten.

Deurwaarder Apeldoorn

Post uit Wenen, het Europese betalingsbevel

Afgelopen dinsdag zat er een brief in onze postbus, voorzien van andere postzegels dan gebruikelijk. Na de postzegels te hebben bestudeerd waren we eruit. Post uit Oostenrijk. Bij het openen van de envelop werd ons vermoeden werkelijkheid, het verzoek om een Europees betalingsbevel (EBB) te betekenen. Onderstaand een stukje theorie over het  EBB.

Het Europees betalingsbevel

Sinds 12 december 2008 is de Verordening (EG) nr 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (EBB-verordening) van toepassing.

Het doel van de EBB-verordening is om de invordering van grensoverschrijdende schulden, die niet worden betwist, te bespoedigen, te vereenvoudigen en de kosten te verminderen.

Deze verordening is van toepassing op burgerlijke- en handelszaken. Bestuursrechtelijke-, fiscale- en faillissementszaken vallen niet binnen deze verordening.

De procedure tot het verkrijgen van het Europese betalingsbevel verloopt als volgt:

  1. De schuldeiser vult een standaardformulier in, waarin hij moet aangeven wie de debiteur en schuldeiser zijn, waar voornoemde partijen zijn gevestigd , wat de grondslag van de vordering is en of er incassokosten en rente in rekening worden gebracht.
  2. Voornoemd formulier dient te worden ingediend bij het juiste gerecht. De bevoegdheid van de rechter wordt bepaald door de EEX-verordening. Indien de schuldenaar een consument is, is het gerecht van diens woonplaats bevoegd om kennis van de zaak te nemen.
  3. De schuldenaar wordt niet opgeroepen om op de zitting te verschijnen en de rechter oordeelt enkel op de informatie die door de schuldeiser aan de rechter is verstrekt, waardoor de rechtelijke toetsing marginaal is en het Europees betalingsbevel snel is verkregen.
  4. Indien het Europees betalingsbevel is verkregen dient deze te worden betekend aan de schuldenaar. In het bevel staat vermeld dat de schuldenaar de vordering binnen dertig dagen na betekening dient te voldoen of binnen voornoemde termijn verweer dient in te stellen.
  5. In de meeste gevallen wordt geen verweer ingesteld, waardoor het Europees betalingsbevel uitvoerbaar wordt verklaard. Hiermee is een executoriale titel verkregen en is de mogelijkheid ontstaan om de vordering onder dwang te incasseren.
  6. Het komt ook voor dat de schuldenaar het niet eens is met de vordering en zich binnen de gestelde termijn verweert. In deze gevallen wordt de procedure een reguliere procedure op tegenspraak in het land waar het Europees betalingsbevel is uitgevaardigd.

Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders is specialist op het gebied van incasso en  executie

 

Deurwaarder Apeldoorn

Derdenverklaring en derdenbeslag ECLI:NL:RBGEL:2015:8246

Essentie

Schuldeiser heeft ten laste van schuldenaar beslag gelegd onder zijn werkgever (derdenbeslag). Werkgever (V.O.F.) verklaart middels een derdenverklaring dat er wel sprake is van een rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer welke  tevens vennoot is, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De rechtbank oordeelt dat de privéonttrekkingen uit de V.O.F. aangemerkt moeten worden als vergoeding voor werkzaamheden en dat deze gelden onder het gelegde derdenbeslag vallen.

Inleiding

Eiser is enige tijd gehuwd geweest met haar huidige ex-partner. Na een bepaalde periode is het huwelijk ontbonden. De echtscheidingsbeschikking is op 20 september 2013 ingeschreven in de  registers van de burgerlijke stand. De rechtbank heeft bepaald dat de ex-partner € 1.000 per maand aan alimentatie aan eiser moet voldoen.

Eiser heeft hoger beroep ingesteld en het gerechtshof heeft, onder vernietiging van de beschikking van de rechtbank, bij beschikking bepaald dat de ex-partner € 2.859 per maand aan alimentatie aan eiser dient te voldoen. De ex-partner is niet tot betaling van de alimentatie overgegaan.

De ex-partner is (mede) eigenaar van een vennootschap onder firma, zijnde de gedaagde partij in onderhavige procedure en heeft hier vermoedelijk inkomen uit.

Hierom heeft eiser derdenbeslag laten leggen onder de werkgever. De werkgever heeft verklaard dat er wel sprake is van een rechtsverhouding  tussen de V.O.F. en de ex-partner, maar dat er geen gelden verschuldigd zijn door de werkgever aan de werknemer.

De deurwaarder heeft, namens eiser, aan de werkgever gemeld dat eiser niet akkoord is met de afgelegde derdenverklaring en heeft om aanvulling daarvan verzocht.

Eiser heeft intussen in een separate procedure de rechtbank verzocht om de alimentatieverplichting op nihil te stellen. De rechtbank heeft hiermee ingestemd met terugwerkende kracht vanaf 15 december 2014. De vordering ter zake de alimentatieverplichting  voor de periode 20 september 2013 tot 15 december 2014 staat echter nog open.

Geschil

Eiser vordert van de werkgeverdat er een juiste gerechtelijke verklaring wordt afgelegd met betrekking tot het gelegde derdenbeslag;

De werkgever is echter van mening dat er wel een rechtsverhouding bestaat tussen de eiser en haar ex-partner, maar dat werkgever niet de verplichting heeft om maandelijks een bedrag aan de ex-partner te voldoen.

Eiser is van mening dat de maandelijkse privéontrekking van de ex-partner  uit werkgever  gezien moet worden als vergoeding voor werkzaamheden en derhalve vatbaar is voor derdenbeslag.

Ook is eiser van mening dat de werkgever € 3.500 per maand aan haar ex-partner verschuldigd is op grond van art. 479a Rv, daar genoemd bedrag een redelijk bedrag is voor de verrichte werkzaamheden.

De rechtbank oordeelt

De rechtbank oordeelt dat de privéontrekkingen van de ex-partners uit de werkgever moeten worden gezien als vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en dat de derdenverklaring dient te luiden dat werkgever tot 1 maart 2015 € 3.500 en na 1 maart 2015 € 2.500 aan de ex-partner is verschuldigd.

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de strekking van art. 475a Rv is dat het derdenbeslag zich uitstrekt over al hetgeen wat de werkgever aan de ex-partner verschuldigd is. Hieronder valt ook de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden.

nieuws

 

 

 

 

Dagvaarding

Absolute competentie, relatieve competentie


Indien er een geschil ontstaat tussen twee of meerdere partijen en zij komen er onderling niet uit, dan kunnen zij de rechtbank verzoeken hierover een uitspraak te doen. De eerste vraag die dan wordt gesteld is dan, welke rechter uitspraak mag doen ten aanzien van het geschil.

In dit artikel gaan wij in op de bevoegdheid van de rechtbanken ten aanzien van civiele vorderingen in eerste aanleg en procesvertegenwoordiging.

Absolute competentie


Absolute competentie is de term die wordt gebruikt om aan te duiden welke rechter in eerste aanleg bevoegd is om uitspraak te doen ter zake het geschil.
Het uitgangspunt is dat de rechtbanken (dus niet de gerechtshoven of de Hoge Raad) in eerste aanleg kennis nemen van alle burgerlijke zaken. Bijstand van een advocaat is alleen verplicht bij vorderingen welke dienen bij de rechtbank.

Art. 93 Rv bepaalt dat geldvorderingen t/m € 25.000 worden beoordeeld door de kantonrechter . Vorderingen groter dan € 25.000 worden beoordeeld door de sectie Civiel van de rechtbank.

De grens van € 25.000 betreft de totale vordering inclusief rente en incassokosten tot aan de dag dat de zaak aanhangig is gemaakt. De rente die vanaf de dag der dagvaarding wordt berekend telt niet mee voor de bepaling van de competentie. Indien er sprake is van meerdere vorderingen in één rechtszaak is voor de toepassing van artikel 93 Rv beslissend de totale waarde van de vorderingen. Vorderingen welke betrekking hebben op huur, huurkoop, consumentenkoop of arbeidsrecht vallen eveneens onder de bevoegdheid van de kantonrechter.
Vorderingen die onder de Wet op het consumentenkrediet (WCK) vallen, worden ook door de kantonrechter behandeld. Dit zijn consumptieve kredieten met een oorspronkelijke kredietsom van   ten hoogste ad € 40.000.  De kantonrechter kan, indien zij niet de bevoegde rechter is, de zaak ambtshalve doorverwijzen naar de juiste rechtbank (art. 71 Rv e.v.). Dit kan ook op verzoek van een van de procespartijen worden gedaan.

Relatieve competentie


Nadat is bezien welke rechtbank absoluut competent is om uitspraak te doen, is het zaak te bezien welke rechtbank relatief bevoegd is. Met relatieve competentie wordt bedoeld, de plaats waar de rechtbank, die bevoegd is uitspraak te doen ter zake het geschil, zetelt.

Art. 99 Rv bepaalt dat de rechtbank in de woonplaats van de gedaagde in beginsel bevoegd is om uitspraak te doen. Indien er geen bekende woonplaats is, is de rechtbank in de feitelijke woonplaats bevoegd.

Bij arbeidsrechtelijke zaken is de rechtbank in de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht ex art. 100 Rv en voor huurzaken geldt dat de rechter in het gebied waar het gehuurde zich bevindt, bevoegd is.

In de praktijk


Wij komen in onze praktijk veelvuldig tegen dat dagvaardingen worden aangeleverd waarin de absolute of relatieve competentie onjuist is.
Het is onze taak als gerechtsdeurwaarderskantoor om hierop te letten en dit aan te passen, zodat er geen herstelexploot uitgebracht hoeft te worden en de gerechtelijke procedure geen onnodige vertraging oploopt.

Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders


Wij zijn gespecialiseerd in Incasso, Proces-, Beslag- en Executierecht en het verrichten van ambtshandelingen. Wij voeren de gerechtelijke procedures bij de kantonrechter voor geldvorderingen tot € 25.000, in zaken met betrekking tot huurvorderingen (huurachterstanden, ontruimingen etc. ) en vorderingen welke onder de WCK vallen.
Wij onderscheiden ons door onze ervaren partners die tevens de dossierbehandelaars van uw zaak zijn.

Ons motto is: “Anderen beloven…. Wij maken het waar”.

Digitaal Beslagregister

Vanaf 1 januari 2016 is het Digitaal Beslagregister gefaseerd ingevoerd. Dat is een centraal systeem waar alle beslagen móéten worden ingeschreven en dat móét worden geraadpleegd alvorens er beslag wordt gelegd of een dagvaarding wordt uitgebracht. Het Digitaal Beslagregister heeft als doel om de schuldeiser inzicht te geven waardoor onnodig hoge kosten worden voorkomen en de beslagvrije voet wordt gerespecteerd.

Voorheen was het zo dat gelegde beslagen nergens per debiteur werden geregistreerd en voor de schuldeiser niet inzichtelijk waren. Het kon dus gebeuren dat er meerdere beslagen per debiteur werden gelegd en hierdoor onnodig kosten werden gemaakt. Daarnaast kon het gebeuren dat mensen met schulden onder de bestaansnorm kwamen te leven door opeenstapeling van de beslagleggingen. Het Kabinet heeft daarom besloten om een centraal Digitaal Beslagregister op te richten.

Bescherming van schuldenaar
Vanaf 1 januari is er gestart met het registreren van alle derdenbeslagen. Voorbeelden hiervan zijn beslag op salaris, uitkering, belastingtoeslag of voorlopige teruggave. Een gerechtsdeurwaarder moet vanaf 1 januari 2016 het gelegde derdenbeslag binnen drie werkdagen inschrijven in het beslagregister. Daarnaast moet hij veranderingen ook binnen drie werkdagen in het digitale systeem verwerken. Dit geldt voor nieuwe beslagen. Lopende beslagen worden in 2016 gefaseerd ingeschreven. De deurwaarder moet vervolgens het register raadplegen voordat hij beslag gaat leggen, maar ook voordat hij een dagvaarding gaat uitbrengen. Op deze manier wordt de schuldenaar beschermd en wordt de beslagvrije voet gerespecteerd zodat hij niet onder het minimum komt te leven.

Wat verandert er voor de opdrachtgever?
Doordat er nu meer inzicht is in de beslagen die eventueel al bij de klant-debiteur zijn gelegd, kan de gerechtsdeurwaarder een beter advies geven. Hij weet beter of er mogelijkheden zijn om de vordering te incasseren. Daarnaast moet hij de opdrachtgever informeren als het niet mogelijk is om binnen drie jaar de vordering te verhalen op de klant-debiteur. Wil de opdrachtgever dan toch dat de deurwaarder overgaat tot een ambtshandeling, bijvoorbeeld het uitbrengen van een dagvaarding of het leggen van beslag, dan moet hij daarvoor expliciet opdracht geven. Er is dus voor de opdrachtgever een actievere rol weggelegd. Nog meer dan al het geval was, gaat de gerechtsdeurwaarder hem betrekken bij het advies en uiteindelijk zal de opdrachtgever beslissen welke actie zal volgen.

Het voordeel van het Digitaal Beslagregister is dat de opdrachtgever een completer beeld heeft van de situatie en de verhaalmogelijkheden, maar ook dat de klant-debiteur wordt beschermd en de schulden niet nog meer oplopen.