Berichten

ministerieplicht van de deurwaarder
ambtshandelingen
beslag leggen

Stelt u zich voor: iemand kan zijn schulden niet langer betalen en er wordt daardoor executoriaal beslag gelegd op een waardevolle roerende zaak van de schuldenaar. De schuldenaar heeft door dat het de verkeerde kant op gaat en verkoopt snel de zaak (voor een stuk lagere prijs) met het doel om executoriale verkoop te voorkomen. De roerende zaak is nu niet langer bij de beslagene en de vraag rijst dan: kan de beslaglegger toch overgaan op executie?

Paulianeus handelen

In bovenstaande situatie is sprake van Paulianeus handelen. Dit betekent dat iemand een rechtshandeling verricht (in dit geval het verkopen van de roerende zaak) terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit benadeling van de verhaalsrechten van de schuldenaars zou opleveren.[1] Het gaat hier om een onverplichte rechtshandeling en daadwerkelijke benadeling. Dan is aan alle vereisten van de Pauliana voldaan en zal in beginsel de rechtshandeling vernietigd worden.

Blokkerende werking

De vraag is echter of een beslaglegger kan overgaan op executie terwijl het beslagen goed zich niet langer onder de beslagene bevindt. Overgaan op executie betekent dat uit de verkoop van de roerende zaak een bepaalde waarde wordt gehaald die kan worden verrekend met de openstaande schuld. De Hoge Raad heeft in zijn rechtspraak meerdere malen bevestigd dat beslag niet zorgt voor beschikkingsonbevoegdheid van de beslagene. Dat betekent dat de beslagene gewoon rechtshandelingen kan verrichten en hij kan dan dus ook de beslagen zaken verkopen.[2] Volgens diezelfde vaste rechtspraak is het echter wel zo dat de beslaglegger zich niets van deze rechtshandelingen hoeft aan te trekken. In beginsel kan hij dus toch overgaan op executie door de relatief blokkerende werking van beslag.[3] Dit betekent dat de beslagene relatief (dat wil zeggen: ten opzichte van de beslaglegger) beschikkingsonbevoegd is om de roerende zaak te verkopen.

Derdenbescherming

Het feit is wel dat de zaak in handen van een derde (namelijk de koper) is gekomen. In sommige gevallen willen we dat deze derde wordt beschermd en dat hij toch de zaak mag houden zonder dat de beslaglegger op executie over kan gaan. De koper kan zich succesvol op bescherming beroepen wanneer hij anders dan om niet de zaak in handen heeft gekregen en hij toen te goeder trouw was.[4] Anders dan om niet betekent dat er een prestatie/betaling nodig was om de zaak te verkrijgen en te goeder trouw betekent dat de koper niet wist of behoorde te weten dat de verkoper Paulianeus handelde.

Conclusie

In de praktijk is het natuurlijk van groot belang of een executie wel of niet doorgaat. Voor zowel de beslaglegger als de derde is het dus van groot belang om op de hoogte te zijn van de huidige gang van zaken. Voor een beslaglegger in het bijzonder is het van belang om zo snel mogelijk op executie over te gaan wanneer er een executoriale titel is op roerende zaken. De blokkerende werking is hierbij van grote hulp omdat zelfs wanneer een zaak zich niet langer onder de beslagene bevindt, in de meeste gevallen toch kan worden overgegaan tot executie.

 

auteur: Max van der Veer

[1] Volgens art. 3:45 BW.

[2] Zie bijvoorbeeld HR 20-02-2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7729 (Ontvanger/De Jong q.q.) en HR 05-09-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9351 (Forward/Huber).

[3] Volgens art. 453a lid 1 Rv.

[4] Volgens art. 453a lid 2 Rv.

Dagvaarding

Per 23 september 2019 heeft de landelijke rechtspraak antwoord gegeven op de door de KBvG en NVI gestelde vragen ten aanzien van ambtshalve toetsing in consumentenzaken en een bijbehorend informatieformulier. Naar aanleiding hiervan is landelijk besloten dat vanaf de eerste roldag na 1 december 2019 rechtbanken tussenvonnissen zullen wijzen waarin aanvullende gegevens opgevraagd zullen worden met behulp van een extra informatieformulier. Vanaf 1 april 2020 zullen rechtbanken geen tussenvonnissen meer wijzen en worden repeatplayers geacht bij dagvaarding alle nodige gegevens in te leveren.

De situatie tót 1 december 2019

Om goed te kunnen begrijpen wat dit allemaal voor effect heeft moet men eerst inzicht krijgen in de huidige situatie. Veel partijen in gerechtelijke procedures procederen eenmalig of sporadisch. Er zijn echter ook procespartijen die met regelmaat (moeten) procederen, de zogenaamde repeatplayers.[1] Deze partijen sturen dan geregeld dagvaardingen de deur uit, die matig tot niet onderbouwd zijn. Deze partijen voldoen dan niet aan de wettelijke bewijsaandraagplicht en substantiëringsplicht.[2] De rechtbank spreekt dan geregeld nietigheid van de dagvaarding uit, waarna dezelfde eiser opnieuw een dagvaarding kan sturen die dit keer wel compleet is. De eiser betaalt dan wel twee keer kosten voor het aanbrengen van de zaak[3], maar ze hebben hierdoor wel kostbare tijd gewonnen om de zaak beter voor te bereiden.

Het probleem van deze gang van zaken

Het belangrijkste probleem hiervan is dat de rechtbanken in Nederland steeds meer zaken voorgeschoteld krijgen waar ze weinig tot niets mee kunnen. Een incomplete dagvaarding zorgt er dus voor dat rechtbanken tijd steken in een uitzichtloze zaak omdat het gevolg vaak nietigheid van de dagvaarding is. Doordat de dagvaarding nietig wordt verklaard duren procedures ook vaak een stuk langer dan dat ze eigenlijk hoeven te zijn. Als in eerste aanleg direct een complete dagvaarding aangeleverd zou worden, dan zou er een veel snellere doorlooptijd zijn en dan kan de rechtbank direct ambtshalve toetsen aan het inleidende stuk van de procedure.

Nieuwe rechtspraak (situatie tussen 1 december 2019 en 1 april 2020)

Dit is nu net wat de nieuwe rechtspraak voor ogen heeft. Men is het zat van repeatplayers iedere keer een incomplete dagvaarding te ontvangen en heeft hier maatregelen tegen getroffen. Als tijdelijke nieuwe regel geldt dat rechtbanken in een overgangsperiode van 1 december 2019 tot 1 april 2020 tussenvonnissen zullen wijzen waarin zal worden aangegeven dat een extra informatieformulier ingevuld dient te worden en moet worden toegevoegd aan de zaak. Dit betekent dat extra stukken (het formulier) worden toegevoegd in de dagvaarding of als bijlage.[4] Vaak gaat het bij incomplete dagvaardingen om het ontbreken van de gronden. Indien er een wijziging is in de gronden of de eis dan dient het informatieformulier te worden betekend aan de gedaagde. Deze kosten voor extra betekening komen voor rekening van de eiser.

Belangrijkste veranderingen ná 1 april 2020

Na 1 april 2020 is de overgangsperiode voorbij en zal een rechtbank niet langer tussenvonnissen wijzen maar vanaf dan zal de rechtbank deze zaken, aangebracht door repeatplayers, beoordelen op basis van de dagvaarding zoals die is en eventuele overlegde producties behorende bij de dagvaarding.[5] De dagvaarding wordt dan bijvoorbeeld getoetst terwijl gronden ontbreken en daardoor zal snel de conclusie worden getrokken dat de eis ongegrond zal worden verklaard. Dit houdt in dat een eiser, indien hij toch zijn gelijk wil halen, in hoger beroep zal moeten gaan. Dit neemt natuurlijk een hoop extra kosten met zich mee, iets wat de eiser uiteraard wil voorkomen.

Nawoord

Van belang is dus dat eisers goed opletten bij het doen van dagvaarding. Voor de duidelijkheid volgt hieronder een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten.

Waar u op moeten als eisende procespartij:

  • Van 1 december 2019 tot 1 april 2020 geldt een overgangsperiode waarin een kantonrechter tussenvonnis zal wijzen in geval van een incomplete dagvaarding. Na dit tussenvonnis moet de dagvaarding compleet worden gemaakt en het informatieformulier (als bijlage te vinden onder dit artikel), indien dit een wijziging van eis of gronden bevat, betekent worden aan de gedaagde.
  • Rechtbanken Amsterdam en Den Haag, locatie Den Haag geldt dat na 1 oktober 2019 geen aanvullende informatie meer zal worden opgevraagd en hier zal de overgangsperiode dus worden overgeslagen.
  • Na 1 april 2020 worden repeatplayers geacht benodigde informatie uit eigen beweging in de dagvaarding of een bijlage bij de dagvaarding te verwerken.

Wat betreft onze dienstverlening:

  • Levert u complete dagvaardingen bij ons aan ter betekening, houdt er dan rekening mee dat de dagvaardingen moeten zijn voorzien van een ingevuld informatieformulier, als ook dat de daarin genoemde stukken bij dagvaarding moeten worden overgelegd.
  • Indien u gebruik maakt van onze juridische dienstverlening, dan verzoeken wij u vriendelijk de zaak aan de hand van het informatieformulier zo compleet mogelijk bij ons aan te leveren, om de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden.

Dit artikel is geschreven door: Max van der Veer

[1] Definitie van repeatplayers volgens Informatieformulier voor zaken waarin de gedaagde een natuurlijke persoon is.

[2] Volgens artikel 111 lid 3 Rv.

[3] https://www.wieringa-advocaten.nl/en/weblog/2012/01/23/een-incomplete-dagvaarding

[4] Overgangsperiode volgens Informatieformulier voor zaken waarin de gedaagde een natuurlijke persoon is.

[5] Situatie na 1 april 2020 volgens Informatieformulier voor zaken waarin de gedaagde een natuurlijke persoon is.

Deurwaarder

 

Als menigeen spreekt over de taken van een deurwaarder gaat het vaak over mensen uit huis zetten of beslag leggen op bankrekeningen. Soms hoor je zelfs dat het de deurwaarders schuld is dat een persoon ergens toe gedwongen wordt. Klopt dit echter allemaal? De vraag is anders gesteld: wat doet een deurwaarder nu écht in de praktijk en wat voor doel/functie hebben deze werkzaamheden voor de maatschappij?

 

Allereerst moeten de hoofdtaken van een deurwaarder duidelijk worden onderscheiden van uitzonderlijke handelingen. Er zijn namelijk handelingen die een gemiddeld deurwaarder iedere week moet verrichten, maar ook handelingen die in slechts enkele gevallen voor komen.

Hoofdtaken

Een van de belangrijkste en zeker meest voorkomende taken van een deurwaarder is het dagvaarden van een gedaagde en het betekenen van een zogenaamd exploot van dagvaarding. Deze handelingen bevinden zich beide in het begin van de procesrechtelijke procedure. De deurwaarder maakt bij het dagvaarden van een gedaagde een verslag van het betekenen van deze dagvaarding. Het betekenen van een dagvaarding houdt simpelweg in dat de deurwaarder er voor zorgt dat de dagvaarding officieel aan de gedaagde wordt overhandigd. Dit gebeurt in de regel door de dagvaarding in persoon aan de gedaagde te overhandigen.

 

Ook aan het eind van het procesrechtelijke spectrum komt de deurwaarder in zicht. Een andere belangrijke taak van een deurwaarder is dan ook beslaglegging en executie. Deze bevoegdheden kunnen in principe door een deurwaarder worden gebruikt wanneer een vonnis of uitspraak van een rechter is gewezen. Hierdoor ontstaat een titel en hiermee het recht om met de tenuitvoerlegging te beginnen.

 

Enkele andere bevoegdheden van een deurwaarder zijn: het geven van juridisch advies, het versturen van incassobrieven of bijvoorbeeld bijstand verlenen in procedures bij het kantongerecht. Zware wettelijke bevoegdheden kunnen omvatten de uit huis zetting van personen of de beslaglegging op een bankrekening. Zoals eerder vermeldt moeten deze handelingen worden gezien als bijzaak voor een gemiddeld deurwaarder.

 

De taken van een deurwaarder zeggen misschien op dit moment nog niet zoveel. Daarom is het belangrijk stil te staan bij de redenen waarom een deurwaarder in bovenstaande gevallen wordt ingeroepen en waarom dit van belang is in een democratische rechtstaat als Nederland.

Het (maatschappelijk) belang van de deurwaarder

Ten eerste biedt een deurwaarder de samenleving rechtszekerheid. Wie gelijk heeft dient ook gelijk te krijgen. Hier zorgt een deurwaarder voor, met rechtvaardige en effectieve rechtshandhaving als startpunt van zijn of haar werkzaamheden.

 

Ten tweede zorgt een deurwaarder er mede voor  dat beide partijen, vaak schuldeiser en schuldenaar, in de situatie worden gebracht waar zij waren voorafgaand aan hun verstandhouding. Na tussenkomst van de deurwaarder heeft in de meeste gevallen een schuldeiser niets meer te maken met de schuldenaar en is hij vrij om over zijn (terugbetaalde) vermogen te beschikken. Een schuldenaar heeft in dit geval geen schuld meer en zal niet meer gedwongen kunnen worden tot enige betaling voortkomend uit die vordering.

 

Ten derde is in de praktijk een meer sociale rol weggelegd voor een deurwaarder. Hij doet met name een poging om toe te werken naar de-escalatie. Dat wil zeggen dat de deurwaarder er mede voor zorgt dat conflicten niet te ver uit de hand lopen.

 

Al met al blijkt dat de functie van een deurwaarder maatschappelijk belang heeft. Helaas hebben sommige mensen een negatieve associatie bij het beroep van een deurwaarder. Afgaand op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat deze associatie ongegrond is en vaak een uiting van emotie is aan de kant van de schuldenaar. Dit weten deurwaarders ook en ze dienen hiermee om te gaan op een professionele manier. Als iedereen accepteert dat een deurwaarder slechts zijn werk uitvoert, zou de deurwaarderswereld weer een stapje dichter bij het uiteindelijke doel van effectieve rechtshandhaving kunnen komen.

 

 

Ambtshandeling

Een exploot is een ambtshandeling

 

Artikel 37 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft aan dat de bewijslast voor het ontvangst van een verklaring (lees: rechtshandeling) bij de verzender rust. Dit impliceert dat dergelijke verklaringen het best gedaan kunnen worden bij exploot omdat, mede door betekening van het exploot door een deurwaarder, dit onomstotelijk bewijs is die de rechtshandeling definitief vastlegt.[1] Een eventuele wederpartij kan dit dan niet ontkrachten.

Van belang

Dit is van belang bij bijvoorbeeld koopovereenkomsten. Stel dat één van de partijen een aanbod doet en de andere dit aanvaard, dan is het aanbod en de aanvaarding genoeg om een overeenkomst tot stand te laten komen (art. 6:217 BW). Als de aanvaarding echter later aankomt bij de ontvanger dan dat de ontvanger zijn aanbod herroept, dan is de overeenkomst niet rechtsgeldig tot stand gekomen (art. 6:219 BW). Dit in lijn met de ontvangsttheorie (art. 3:37 BW) die hierboven besproken is.

 

Van belang is dus dat een partij die zeker wilt zijn dat een rechtshandeling is aangekomen een deurwaarder inschakelt. Die kan bij exploot de rechtshandeling voltooien. Voor een exploot wordt in de leer een tweevoudige betekenis aangehaald: 1. Ter aanduiding van de ambtshandeling van de gerechtsdeurwaarder; 2. Ter aanduiding van de akte waaruit die ambtshandeling blijkt.[2] Een exploot wordt hierdoor mede gezien als authentieke akte.

 

In bovenstaande betekenis van een exploot valt op dat in beide gevallen het woord ‘ambtshandeling’ voorkomt. Ambtshandelingen zijn ‘‘handelingen die de gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar verricht op basis van een uitdrukkelijke bevoegdheid die hem bij of krachtens de wet is verleend.’’[3] Het verrichten van een ambtshandeling geeft toestemming bepaalde gegevens op te zoeken in de Basisregistratie Personen (BRP). Dit kan van belang zijn wanneer een deurwaarder bijvoorbeeld een adresverificatie wilt doen alvorens het exploot te betekenen.

Conclusie

Tot voorkort was het niet mogelijk voor een deurwaarder, die opgeroepen wordt door e-Court, in het BRP persoonsgegevens op te zoeken. Dit omdat een exploot niet werd gezien als een ambtshandeling. Aan deze opvatting is bij uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (Afdeling civiel recht en belastingrecht) op 29 oktober 2019 een eind gekomen. Uit deze zaak volgt duidelijk dat een exploot een ambtshandeling is en dat oproeping bij exploot niet anders kan worden gezien als een ambtshandeling.[4]

 

Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor de deurwaarderswereld. Een deurwaarder is nu bevoegd bepaalde inzichten uit het BRP te verkrijgen. Lange tijd zaten deurwaarders te wachten op dit goede nieuws: Een exploot is een ambtshandeling!

 

[1]https://www.nieuwsvandeweek.info/jaar/2019/week/44#kbvg-nieuws
[2]https://schuldinfo.nl/fileadmin/Deurwaarders/Bestuursstandpunt_KBvG_Elk_exploot_is_een_ambtshandeling.pdf
[3]Deze definitie is ontleend aan het rapport van de Cie tarieven gerechtsdeurwaarder; Cie schuldenaarstarieven gerechtsdeurwaarder, Een gewichtig ambt gewogen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2001, p. 8.
[4]Dit blijkt mede uit rechtsoverweging 6.4 en 6.28 van de beslissing van het gerechtshof Amsterdam, notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer, inzake een exploot als ambtshandeling. Zaaknummers: 200.254.518/01 GDW en 200.254.875/01 GDW.

Vonnis betekend aan een medewerker, niet zijnde een bestuurder van de rechtspersoon. Is de verzetstermijn gaan lopen?

 

Inleiding

Een vliegtuig van Luchtvaartmaatschappij X heeft een vlucht voor haar passagiers omgeboekt. Deze vlucht was vertraagd, waardoor de passagiers recht hebben op compensatie van € 400,00 per passagier.

Een bedrijf, gespecialiseerd in het claimen van deze compensatie heeft Luchtvaartmaatschappij X aangesproken en gedagvaard.

Luchtvaartmaatschappij X is niet in deze gerechtelijke procedure verschenen en de rechter heeft derhalve een toewijzend verstekvonnis gewezen.

Dit verstekvonnis is betekend aan een medewerker, niet zijnde een bestuurder van Luchtvaartmaatschappij X.

De vraag die centraal staat is of de verzetstermijn gaat lopen, ondanks dat het vonnis niet aan een bestuurder van de onderneming is betekend?

Verzet instellen

Artikel 143 lid 2 en 3 bepaalt dat verzet binnen vier weken na betekening van het verstekvonnis moet worden ingesteld.

De betekening moet in persoon geschieden of er moet sprake zijn van een daad van bekendheid (bijvoorbeeld het reageren op de betekening van het vonnis of het later overbetekenen van een beslagexploot aan de schuldenaar), wil de verzetstermijn gaan lopen.

Standpunt Luchtvaartmaatschappij X

Luchtvaartmaatschappij X stelt zich op het standpunt dat het exploot van betekening niet aan een bestuurder van de luchtvaartmaatschappij is betekend, maar aan een medewerker van de rechtspersoon.

Hierdoor mag niet worden verondersteld dat het vonnis per betekeningsdatum bij Luchtvaartmaatschappij X bekend is, waardoor tijdig is verzet is gegaan.

Standpunt passagiers

De passagiers stellen zich op het standpunt dat Luchtvaartmaatschappij X het verzet niet tijdig heeft ingesteld. Door het betekenen van het vonnis aan een medewerker van Luchtvaartmaatschappij X, is de verzetstermijn gaan lopen. Nu het verzet niet binnen vier weken nadat het vonnis is betekend aan de medewerkers is ingesteld, zal Luchtvaartmaatschappij X niet ontvankelijk verklaard moeten worden in haar verzet.

Beoordeling rechtbank

De kantonrechter oordeelt dat de verzetstermijn is aangevangen door het betekenen van het vonnis aan de medewerker van Luchtvaartmaatschappij X.

Op grond van artikel 143 lid 3 en het arrest (HR 11 mei 1990, NL 1990/544) Wijl/Los Gauchos is de rechter van mening dat het betekenen van het vonnis aan een medewerker als zodanige bekendheid bestaat bij Luchtvaartmaatschappij X dat de verzetstermijn is gaan lopen.

 

 

 

                         Armaere

Deze vacature is vervuld!

Toegevoegd gerechtsdeurwaarder voor ons kantoor te Apeldoorn

Armaere Gerechtsdeurwaarders is een jong, snelgroeiend, dynamisch kantoor met ervaren medewerkers. Armaere Gerechtsdeurwaarders is specialist in  incasso en executie.

Voor onze organisatie zijn wij op zoek naar een (parttime) toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Een collega met kennis, inzet en enthousiasme.

Wie zoeken wij?

Je hebt een afgeronde opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder en bent in het bezit van een rijbewijs. Je bent resultaat- en oplossingsgericht, commercieel ingesteld en in staat complexere zaken te behandelen. Kennis en ervaring met eurodossier/ credit navigator is een pré.

Werkzaamheden

Als toegevoegd gerechtsdeurwaarder bij Armaere Gerechtsdeurwaarders krijg je te maken met alle facetten van het gerechtsdeurwaardervak. Je houdt je onder meer bezig met het betekenen van exploten, uitvoeren van beslag-, bewijs- en executieopdrachten en ontruimingen.

Wat mag je verwachten?

Het betreft een parttime functie voor twee dagen in de week (16 uur), welke dagen in overleg kunnen worden uitgevoerd. Bij gebleken geschiktheid kan dit worden uitgebreid. Je kunt rekenen op een zelfstandige en dynamische baan en goede samenwerking met collega’s. Wij bieden een marktconform salaris.

Solliciteren

Mail je CV en motivatiebrief naar Johnny Backers, e-mailadres j.backers@armaere.nl

 

advocaten

advocaten

Wel ingeschreven, niet woonachtig

Van een advocaat uit de provincie Gelderland kregen wij de opdracht om een dagvaarding te betekenen in Dordrecht. Nadat het exploot was opgesteld is de deurwaarder de dagvaarding de volgende dag gaan betekenen.

Aangekomen bij het adres, waar de debiteur staat ingeschreven belt de deurwaarder aan en er wordt opengedaan door de nieuwe huurder. De nieuwe huurder geeft aan dat de debiteur er sinds een week niet meer woonachtig is.

Wij hebben de debiteur opgebeld om een afspraak te maken om de dagvaarding in persoon te betekenen. Helaas is deze debiteur zijn afspraak tot twee keer toe niet nagekomen.

Hoe moet de dagvaarding nu worden betekend?

Betekenen van de dagvaarding in persoon of woonplaats (natuurlijk persoon)

De deurwaarder dient de dagvaarding te betekenen in persoon of op het adres waar de debiteur zijn woonplaats heeft.

Feitelijk komt het erop neer dat de deurwaarder de Basisregistratie Personen bevraagd om te achterhalen waar de debiteur staat ingeschreven en aldaar de dagvaarding hoopt te kunnen betekenen aan de debiteur zelf of een huisgenoot.

Indien de dagvaarding aan zijn huisgenoot wordt betekend geldt als vereiste dat het aannemelijk moet zijn dat deze huisgenoot er zorg voor draagt dat het exploot de debiteur tijdig bereikt.

In geval dat zowel de debiteur als een eventuele huisgenoot op het moment dat de deurwaarder langsgaat niet aanwezig is kan de deurwaarder het afschrift van het exploot, middels een gesloten envelop achterlaten.

Er zijn ook situaties denkbaar waarbij de gesloten envelop niet achtergelaten kan worden, bijvoorbeeld indien de brievenbus vol is of is afgesloten. Dan is er de mogelijkheid om het afschrift van het exploot per post te verzenden naar het adres van de debiteur.

Betekenen van de dagvaarding aan de advocaat van de debiteur

In onderhavige casus had de debiteur aan ons kenbaar gemaakt dat hij een advocaat in de armen had genomen. Derhalve was er voor ons de mogelijkheid om de dagvaarding aan zijn advocaat te betekenen.

Helaas wilde de debiteur niet kenbaar maken wie zijn advocaat was.

Betekenen van de dagvaarding in het openbaar

Indien de dagvaarding op geen van de voornoemde wijzen kan worden betekend, dient de dagvaarding openbaar te worden betekend.

De deurwaarder betekent de dagvaarding aan het Openbaar Ministerie en vervolgens maakt de deurwaarder middels een advertentie in de (digitale) Staatscourant de betekening openbaar.

Tot 1 juli 2015 was het vereist om, indien de dagvaarding openbaar werd betekend, een advertentie te plaatsen in een regionale krant. De kosten voor het plaatsen van de openbare betekening zijn veel lager dan de kosten om te adverteren in een landelijk of regionaal dagblad. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om de gerechtelijke procedure alsnog door te zetten.

Hoe hebben wij de dagvaarding betekend?

Onze deurwaarder heeft de dagvaarding openbaar betekend.

Nadat de debiteur twee maal zijn afspraak niet was nagekomen om de deurwaarder te ontmoeten en de dagvaarding in persoon te betekenen heeft hij, in overleg met de desbetreffende advocaat uit Gelderland, besloten om de dagvaarding aan het Openbaar Ministerie te betekenen.

Betekenen van de dagvaarding op het adres waar de debiteur staat ingeschreven was geen mogelijkheid. Zowel de nieuwe huurder als de debiteur hebben aangegeven dat de debiteur feitelijk niet woonachtig is op het desbetreffende adres.

Indien de deurwaarder de dagvaarding op het adres waar de debiteur staat ingeschreven wordt betekend, met de wetenschap dat dit feitelijk niet zijn woonplaats is, is de dagvaarding niet rechtsgeldig betekend en derhalve nietig.

Het gevolg hiervan zou zijn dat de dagvaarding opnieuw betekend dient te worden, met alle kosten van dien. Bovendien zou de gerechtelijke procedure daardoor onnodig worden vertraagd.

www.armaere.nl

advocaten

Onze kantoorpraktijk (deel 2)

De exhibitievordering in Deventer

Deze week kregen we de opdracht van een collega-deurwaarder om een dagvaarding te betekenen in Deventer, waarin inzage wordt gevorderd van bepaalde bescheiden, de zogenoemde exhibitievordering.

Een interessante kwestie, waarbij de eisende partij bepaalde bewijsstukken nodig heeft om te beoordelen of zij al dan niet een vordering tegen de wederpartij zal indienen.

In dit deel gaan we in de op de exhibitievordering ex art. 843a Rv.

De exhibitievordering

In zaken ter zake Intellectueel eigendom, kwekersrecht en projectontwikkeling komt het met enige regelmaat voor dat één van de partijen wil bewijzen dat er een inbreuk op haar recht is gemaakt, terwijl de bewijsstukken hiervan in bezit zijn van de wederpartij. Voor IE-zaken zijn de artikelen 1019 Rv e.v. van toepassing en deze worden in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Wanneer de wederpartij de bewijsstukken niet vrijwillig ter beschikking stelt kan de partij die daarbij een rechtmatig belang heeft,  inzage verlangen in de relevante bewijsstukken.

Bij deze bewijsstukken moet worden gedacht aan administraties, e-mails en brieven, modelleringen en formules.

Vereisten

Art. 843a Rv stelt een aantal vereisten aan de vordering om inzage te verkrijgen in bewijsstukken.

  1. Er moet sprake zijn van een rechtmatig belang.Of er al dan niet sprake is van een rechtmatig belang wordt beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden. Het hof te Den Haag heeft in 2013[1] in haar arrest de volgende maatstaf gehanteerd:“bij zodanig verschafte concrete feiten en omstandigheden dat daaruit een gerechtvaardigd vermoeden van (dreigende) inbreuk kan worden afgeleid” 

2.  De kosten voor de inzage komen voor rekening van de eisende partij.

  1. De bewijsstukken waartoe inzage wordt gevorderd dienen betrekking te hebben op een rechtsbetrekking waarin de wederpartij of haar rechtsvoorganger partij in zijn.

De bewijsstukken

Sinds de wetsherziening in 2002 is het inzagerecht uitgebreid van onderhandse akten naar “bepaalde bescheiden”.

Het gaat hier om zowel fysieke als digitale stukken, zoals notulen van bestuursvergaderingen en computerbestanden.

De bewijsstukken dienen in de vordering voldoende te worden bepaald. Bijvoorbeeld een vordering tot inzage in de volledige bedrijfsadministraties is onvoldoende bepaald.

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Ter zake exhibitievorderingen kunnen wij als deurwaarder conservatoire bewijsbeslagen leggen en dagvaardingen betekenen.

Indien na de exhibitievordering een gerechtelijke procedure wordt gewonnen waaruit een geldelijke vordering voortvloeit, kunnen onze incassospecialisten en gerechtsdeurwaarders deze voor u incasseren.

 

 

[1] Hof Den Haag 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:3941