Berichten

Deurwaarder Apeldoorn

Opheffen conservatoir beslag ECLI:NL:RBOVE:2016:179 (Rechtbank Overijssel, locatie Almelo)

 

Essentie

Kortgedingprocedure waarin de bank de kredietrelatie met de sportschoolketen en haar eigenaar heeft opgezegd en conservatoir beslag heeft gelegd om haar vordering veilig te stellen.

De sportschoolketen en de eigenaar zijn het niet met deze opzegging eens en stellen dat de gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig en buitenproportioneel zijn.

De voorzieningenrechter te Almelo gaat hier niet in mee en wijst de vorderingen van de sportschoolketen en de eigenaar af.

Inleiding

de bank heeft in totaal drie zakelijke financieringen met verschillende looptijden (van rekeningcourant tot 25 jaar durende financiering) verstrekt aan een kleine sportschoolketen in Overijssel en een achttal zakelijke financieringen aan de eigenaar van voornoemde keten in privé.

Als zekerheid voor deze financieringen is een recht van hypotheek gevestigd op meerdere onroerende zaken, de voorraden, de inventaris. Tevens zijn alle vorderingen en de huurpenningen verpand.

In mei 2014 zijn partijen een reductieregeling overeengekomen, waardoor de rekeningcourantfaciliteit wordt afgebouwd.

Per 1 januari 2015 expireren twee zakelijke financieringen van de eigenaar. de Bank heeft de eigenaar hiervan eind oktober op de hoogte gesteld.

Partijen zijn in gesprek gegaan ter zake de herfinanciering van zowel de financieringen van de sportschoolketen als de financieringen van de eigenaar in privé.

Partijen zijn er niet uitgekomen, waarna de bank de rekeningcourantfaciliteiten heeft opgezegd van de sportschoolketen en van de eigenaar in privé en hen heeft gesommeerd de uitstaande kredieten uiterlijk 20 februari 2015 te voldoen.

de sportschoolketen en de eigenaar hebben bij brief d.d. 19 februari 2015 de opzegging door de bank betwist.

Na het verstrijken van de termijn in de sommatie heeft de bank de resterende financieringen van de sportschoolketen en de eigenaar opgezegd en gesommeerd deze uiterlijk op 9 maart 2015 te voldoen.

Aan deze sommatie is niet voldaan, waarna de bank het pandrecht ter zake de huurpenningen van de één van de onroerende zaken ingeroepen.

Begin oktober 2015 heeft de bank conservatoir beslag laten leggen ten laste van de eigenaar op de bankrekeningen bij een zestal banken.

Begin november 2015 heeft de bank conservatoir beslag laten leggen ten laste van de sportschoolketen op de bankrekeningen bij een zevental banken.

Geschil

De sportschoolketen en de eigenaar vorderen dat:

  1. de conservatoire beslagen worden opgeheven;
  2. het de bank wordt verboden om nieuwe beslagen te leggen;
  3. het inroepen van het pandrecht ter zake de huurpenningen ongedaan wordt gemaakt.

de sportschoolketen en de eigenaar zijn van mening dat de opzegging van de kredietfaciliteiten buitenproportioneel en onrechtmatig zijn. de bank stelde volgens hen onredelijke voorwaarden en volgens de sportschoolketen en de eigenaar sprake was van een overstand op de rekeningcourantfaciliteit.

De bank stelt dat conform de reductieovereenkomst de rekening courantfaciliteit is afgebouwd en dat de sportschoolketen en de eigenaar een overstand hadden doordat er niet aan de overeengekomen limiet op de rekening courantfaciliteit werd voldaan. Hierdoor is er sprake van een opzeggingsgrond, waardoor de bank het recht had om de kredietrelatie op te zeggen.

Ter zake het opheffen van de gelegde conservatoire beslagen en het inroepen van het pandrecht door de bank zijn de sportschoolketen en de eigenaar van mening dat de beslagen onnodig zijn, omdat zij voldoende verhaal bieden. Om haar standpunt te onderbouwen hebben de sportschoolketen en de eigenaar taxatierapporten overgelegd, waaruit dit zou blijken.

De bank betwist de inhoud van de overgelegde taxatierapporten van de onroerende zaken, aangezien het doel van het opmaken van de taxatierapporten herfinanciering en niet executie was. Daarnaast betwist zij het taxatierapport ter zake de fitnessapparatuur aangezien in dit rapport uit wordt gegaan van de vervangingswaarde in plaats van de executiewaarde.

De rechter oordeelt

Het kortgeding leent zich niet voor de beoordeling van het al dan niet onrechtmatig opzeggen van de kredietrelatie door de bank. Hiervoor zal een bodemprocedure aanhangig moeten worden gemaakt.

De conservatoire beslagen hoeven niet opgeheven te worden en het inroepen van het pandrecht hoeft niet ongedaan te worden gemaakt.

Er is volgens de voorzieningenrechter niet summierlijk gebleken dat de vordering van De Bank ondeugdelijk is.

Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat de sportschoolketen en de eigenaar niet aannemelijk hebben gemaakt dat er voldoende zekerheden zijn verstrekt om de vorderingen van de bank te voldoen, waardoor het leggen van conservatoire beslagen en het inroepen van het pandrecht onnodig zijn.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de sportschoolketen en de eigenaar af en veroordeelt hen in de proceskosten.