Het was overal in het nieuws: de Urgenda-uitspraak van 20 december 2019. De zaak is vaak verschenen in de media maar juridisch gaat er ook het een en ander schuil achter de uitspraak. In dit artikel ga ik in op de inhoud van de uitspraak, de achterliggende juridische kwestie en de situatie na de beslissing.

Inhoud van de uitspraak

De rechtszaak loopt al sinds 2015 en is nu eindelijk ten einde gekomen. De rechtbank in 2015, het hof in 2018 en de Hoge Raad eind 2019 zijn allemaal tot hetzelfde oordeel gekomen: Urgenda wint. Dit gewezen oordeel van de Hoge Raad betekent dat de zaak onherroepelijk is geworden. Dat betekent dat er geen rechtsmiddel meer openstaat tegen dit oordeel en dat de zaak beslissend is voor de kwesties van geschil.

Deze zaak ging voor de menigte vooral over het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen met 25% ten opzichte van 1990. De Staat had aangevoerd dat de doelstelling was eind 2020 een reductie van 20% te behalen ten opzichte van 1990 en daarna in de opvolgende jaren sneller af te bouwen. Dat zou betekenen een reductie van uitstoot tot 49% in 2030 en 95% in 2050. Urgenda beweerde echter dat de Staat in lijn met het VN-klimaatverdrag minimaal naar 25% uitstoot reductie moest gaan aan het eind van 2020. Eigenlijk zou dit richting de 40% moeten zijn om het toekomstbeeld daadwerkelijke haalbaar te maken.

Deze forse uitstoot reductie is niet onhaalbaar gezien het feit dat er genoeg landen zijn die hun uitstoot met meer dan 30% hebben gereduceerd en er zijn zelfs 6 landen in de EU die hun uitstoot met meer dan 40% hebben gereduceerd. Zo had Litouwen met 58% de grootste uitstootreductie in 2017 ten opzichte van 1990, gevolgd door Letland met 57% en Roemenië met 54%. Ook onze buren, Duitsland en België, scoren veel hoger dan Nederland met 28 respectievelijk 22 procent uitstootreductie in 2017 ten opzichte van 1990. In 2017 bleef Nederland namelijk hangen op een summiere reductie van 13%.[1]

Het oordeel van de Hoge Raad is overduidelijk: de Nederlandse Staat is verplicht de uitstoot van broeikasgassen te reduceren met ten minste 25% per eind 2020 ten opzichte van 1990.[2] Belangenorganisaties die verband houden met klimaatverandering en opwarming van de aarde stonden natuurlijk te springen na het oordeel van de hoogste rechter. Anderen waren echter sceptisch over de uitspraak. Met name bij juristen was de uitspraak niet makkelijk te accepteren.

Achterliggende juridische kwestie

In de democratische rechtstaat waarin wij leven is het namelijk zo dat we het staatsbestel zo hebben ingedeeld dat er een redelijke spreiding van machten is. Dat betekent dat de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht elkaar controleren en balanceren (Trias Politica). Een beslissing als degene in deze zaak lijkt te haaks te staan op dit principe. In feite legt de rechter een verplichting op aan de Staat. De ene macht geeft hier dus een bevel aan de andere macht. Dit wordt door sommige dan ook opgevat als een greep naar de macht door rechters.[3]

Het kerngeschil van de zaak vanuit juridisch oogpunt was dan ook: mag de Staat een verplichting worden opgelegd door de rechter? De Hoge Raad heeft deze vraag bevestigend beantwoord. Besluitvorming omtrent het beleid van de Staat ligt in beginsel bij de regering en het parlement. Het geschil is echter gebaseerd op art. 2 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit zijn absolute grondrechten, met andere woorden: een verbod voor de Staat om burgers te ontzien van die rechten. Deze artikelen brengen echter ook positieve verplichtingen mee voor een staat. Dat betekent dat een staat die gebonden is aan het verdrag, zoals ook Nederland, maatregelen moet treffen om deze grondrechten te waarborgen. Hierin ziet de Hoge Raad voldoende grondslag om de Staat te verplichten zich aan deze positieve verplichtingen te houden en in het bijzonder om maatregelen te treffen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren naar het target van 25% per eind 2020.

In mijn ogen vormt dit geen onevenwichtigheid in de Trias Politica omdat ook de Staat gebonden is aan het recht. Deze positieve verplichtingen stammen uit een Verdrag die getekend is door de Nederlandse Staat zelf. Het feit dat het hier gaat om een verplichting aan de Staat is dan ook meer dan terecht. Van belang is hier op te merken dat de rechter de Staat een verplichting geeft om maatregelen te nemen maar dat de manier waarop dat moet worden ingevuld aan de Staat wordt gelaten. Het beleid blijft dus in zoverre nog steeds in handen van de Staat, enkel het bevel dat er iets gedaan moet worden komt bij de rechter vandaan.

Vervolgstappen na de uitspraak

De manier waarop de uitstootreductie plaats gaat vinden is vooralsnog onbekend. Wel is deze maand een kolencentrale dicht gegaan, wat een begin is om de uitstoot te reduceren. Ook heeft Urgenda een 40-puntenplan opgesteld waarin ze allerlei maatregelen opperen die er makkelijk voor kunnen zorgen de uitstoot voldoende te reduceren en dus op zijn minst 25% uitstootreductie te behalen per eind 2020 ten opzichte van 1990.[4]

Zoals het er nu voor staat is het nog maar afwachten wat voor maatregelen de Staat gaat treffen. Ze zijn nu wel gebonden aan het bevel dat er iets moet gebeuren. Of hier gehoor aan wordt gegeven is echter een tweede vraag die speelt. Wordt het een machtsspel tussen de uitvoerende/wetgevende macht en de rechterlijke macht of gaat de Staat zich erbij neerleggen? Het laatste is in ieder geval nog niet gezegd.

 

Auteur: Max van der Veer

[1] NOS,Internationaal veel belangstelling voor uitspraak Urgenda, geraadpleegd op 12-1-2020 via: https://nos.nl/artikel/2315591-ook-internationaal-veel-belangstelling-voor-uitspraak-urgenda-zaak.html.

[2] HR, 20-12-2019, nr. 19/00135 (Urgenda).

[3] NJB, De zaken die er echt toe doen, geraadpleegd op 12-1-2020 via:

https://www.njb.nl/blog/de-zaken-die-ertoe-doen.40244.lynkx.

[4] NOS,Internationaal veel belangstelling voor uitspraak Urgenda, geraadpleegd op 12-1-2020 via: https://nos.nl/artikel/2315591-ook-internationaal-veel-belangstelling-voor-uitspraak-urgenda-zaak.html.